Foto: Wolfgang Sauber, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
Leopold Breinbauer bouwde in 1912 voor de Stiftskirche in Eisgarn (Niederösterreich) Oostenrijk, een tweeklaviers orgel met pneumatische tractuur en kegelladen. In hetzelfde jaar heeft Franz Capek een kleiner koororgel in de kerk geplaatst wat een plaats kreeg in het transept. In 1989 is door de firma Friedrich Heftner Orgelbau een herbouw van het orgel uitgevoerd. In het koor van de kerk plaatste Heftner een derde orgel. Op het koor kwam een nieuwe drieklaviers speeltafel. Vanaf het eerste manuaal kunnen beide klavieren van Breinbauer worden bespeeld, vanaf het tweede het orgel van Capek en vanaf het derde manuaal het nieuwe orgel. Het pedaal is geheel op de westgalerij geplaatst, met uitzondering van de Zartbass, die in het transeptorgel staat. Er zijn in 1989 ook vijf stemmen geplaatst op het orgel van Breinbauer, maar deze zijn alleen bespeelbaar vanaf de nieuwe speeltafel.
Dispositie:
I. MANUAL (C-g3): 56 TOETSEN Principal 8′, Bourdun 8′, Gemshorn 8′, Hohlflöte 8′, Gamba 8′, Salicional 8′, Vox Coelestis 8′, Octav 4′, Traversflöte 4′, Dolce 4′, Hörnlein 2 2/3’+1 3/5” – 1989, Mixtur 2 2/3′, Zimbel 1′ – 1989, Trompete 8′ – 1989.
II. MANUAL (C-g3): 56 TOETSEN Principal 8′, Gedeckt 8′, Viola 8′, Fugara 4′, Harmonia Aethera 2 2/3′.
III. MANUAL (C-g3): 56 TOETSEN Spitzflöte 8′, Praestant 4′, Schwiegel 2′, Scharff 1′, Maulrankett 16′, Trompette Douce 8′.
PEDAL (C-f1): 30 TOETSEN Subbass 16′, Zartbass 16′, Violon 16′, Cello 8′ – 1989, Posaune 16′ – 1989.
KOPPELINGEN: I. Manual – II. Manual, I. Manual – III. Manual, II. Manual – III. Manual, Pedal – I. Manual, Pedal – II. Manual, Pedal – III. Manual.
SPEELHULPEN: 2 freie Kombinationen, Tutti, Walze.
