Enschede, Noorderkerk

Foto’s: Michiel van ’t Einde & ME © 2014

  • De Noorderkerk in Enschede is gebouwd in 1931/1932, en is op 3 februari 1932 in gebruik genomen. Op 2 juni 1978 is een nieuw mechanisch sleepladen-orgel in gebruik genomen, dat in de plaats kwam van het oude instrument dat gebouwd werd door de firma Valckx & Van Kouteren. Het door de firma Vierdag gebouwde orgel is gebouwd met de klank van het Bätz-orgel in de Lutherse Kerk in Den Haag in het achterhoofd. Bij de ingebruikname hebben Charles de Wolff en Jan W. de Bruijne het instrument bespeeld. Een deel van de registers is overgenomen uit het oude orgel. De firma B.A.G. Orgelmakers kreeg het orgel vanaf 1980 in onderhoud.
  • In 1987 werden door B.A.G. Orgelmakers enkele stemmen vervangen. De Terts van het Rugwerk werd vervangen door een Sesquialter, en op het Pedaal kwam de Mixtuur te vervallen ten gunste van een Roerquint 5 1/3′. Verder maakte de Schalmeij 4′ plaats voor een Trompet 8′. Ook werd de Bazuin 16′ vernieuwd.
  • Door de explosie  van de nabijgelegen vuurwerkfabriek op 13 mei 2000 raakte het orgel zwaar beschadigd. Het instrument werd geheel gedemonteerd en naar de werkplaats van B.A.G. Orgelmakers gebracht, waar het instrument is hersteld, terwijl intussen ook het kerkgebouw geheel werd gereviseerd. Op 10 juni 2001 werden kerk en orgel weer in gebruik genomen.

Dispositie:

Hoofdwerk: C – g3 Kwintadeen 16′, Prestant 8′, Roerfluit 8′, Viola 8′, Octaaf 4′ – 1932, Gemshoorn 4′ – 1932, Kwint 2 2/3′, Octaaf 2′, Mixtuur IV-V sterk (1 1/3′) – 1932, Trompet 8′, Tremulant.
Rugwerk: Holpijp 8′, Prestant 4′, Roerfluit 4′ – 1932, Nasard 2 2/3′, Gemshoorn 2′, Sesquialter II sterk – 1987, Scherp IV sterk (1′), Dulciaan 8′, Tremulant.
Pedaal: C – f1 Subbas 16′ – 1932, Prestant 8′, Roerquint 5 1/3′ – 1987, Octaaf 4′, Bazuin 16′ – 1987, Trompet 8′ – 1987.
Couplers: Hoofdwerk – Rugwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Rugwerk.