Erfurt, Kaufmannskirche am Anger (Gregorkirche)

Foto’s: Simon den Hartigh © 2014, Bron www.orgelsitesimon.nl

  • Het eerste orgel van de Kaufmännerkirche te Erfurt (Thüringen) werd gebouwd in 1511-1512 door Berlt Hering. Het heeft lang dienst gedaan. Ludwig Compenius ontwierp in 1652 een nieuw orgel, dat echter nooit werd gebouwd. In deze kerk werd op 8 april 1668 het huwelijk voltrokken tussen de ouders van Johann Sebastian Bach. In de jaren 1674-1683 was Johann Aegidius Bach organist van de kerk. Hij adviseerde om het orgel te laten vervangen door nieuwbouw. Christoph Junge kreeg de opdracht. Hij startte met de werkzaamheden in 1685, terwijl hij ook bezig was met de bouw van het nieuwe orgel in de Domkirche. Het orgel kreeg een andere plaats dan het oude, waardoor dit laatste tot de voltooiing van het nieuwe orgel in 1689 gebruikt kon blijven worden. In 1684 werd Christoph Bach organist van de kerk. Christoph Junge overleed in maart 1687. Het orgel was wel grotendeels voltooid, maar moest nog worden afgewerkt. Johann Albrecht, meesterknecht van Junge, nam deze taak op zich. Het orgel is waarschijnlijk begin 1689 in gebruik genomen. Het stond opgesteld op een galerij aan de zijkant van de kerk.
  • In 1753 werd het door Johann Michael en Christoph Wagner verplaatst naar de bovenste galerij aan de westzijde van de kerk. Johann Michael Hesse (der Ältere) verving in 1763 een register van het Oberwerk door een Vox Humana 8′. Johann Michael Hesse (der Jüngere) voerde in 1843-1846 een restauratie uit, waarbij de dispositie op verschillende punten werd gewijzigd. Het oude binnenwerk is uiteindelijk in 1911 vervangen door een nieuw instrument van Wilhelm Rühlmann met pneumatische kegelladen met 42 stemmen. Op 20 juli 1944 raakten kerk en orgel zwaar beschadigd door bombardementen. Na herbouw van de kerk plaatste de firma Schuster de gerestaureerde orgelkas weer in de kerk, maar nu op de onderste galerij. Zij bouwden in 1957 een nieuw elektro-pneumatisch kegelladen-orgel, gebruik makend van pijpwerk en windladen uit 1911. Drie stemmen (Vox Humana, Krummhorn en Posaune) bleven gereserveerd.
Dispositie:
 
Hauptwerk: Quintatön 16′, Prinzipal 8′, Rohrflöte 8′, Viola da Gamba 8′, Oktave 4′, Gämshorn 4′, Quinte 2 2/3′, Oktave 2′, Terz 1 3/5′, Mixtur 4 fach, Trompete 8′.
Brustwerk: Gedackt 8′, Quintaden 8′, Prinzipal 4′, Rohrflöte 4′, Blockflöte 2′, Spitzquinte 1 1/3′, Sesquialter 2 fach, Cymbel 3 fach, Vox Humana 8′ – gereserveerd.
Oberwerk: Gedackt 16′, Prinzipal 8′, Holzgedackt 8′, Prinzipal 4′, Nachthorn 4′, Rohrnasat 2 2/3′, Prinzipal 2′, Sifflöte 1′, Scharff 4 fach, Krummhorn 8′ – gereserveerd.
Pedal: Prinzipal 16′, Subbass 16′, Oktavbass 8′, Gedacktbass 8′, Choralbass 4′, Nachthorn 2′, Rauschpfeife 5 fach, Basskornett 3 fach, Posaune 16′ – gereserveerd.
Koppelingen: Hauptwerk – Brustwerk, Hauptwerk – Oberwerk, Brustwerk – Oberwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Brustwerk, Pedal – Oberwerk, Generalkoppel.
Speelhulpen: 2 freie Kombinationen, Pleno, Tutti, Zungen-Einzelabsteller, Mixturen-Absteller.