Esslingen am Neckar, Evangelische Stadtkirche Sankt Dionys und Vitalis, Hoofdorgel

Foto’s: Henk en Uilkje Veenstra © 2013, Bron www.orgelsitesimon.nl

  • Het grote en fraaie barokfront van de Stadtkirche in Esslingen am Neckar (Baden-Württemberg) herbergt een orgel van de firma Walcker uit 1901-1904, dat in de jaren 1950 en 1964 werd vergroot en omgebouwd. Het werkstuk gaat terug op een orgel van Johann Georg Allgeyer uit 1706. Het instrument werd in dat jaar voltooid en had 20 stemmen, verdeeld over twee klavieren en pedaal. In 1752 besloot men een nieuw orgel te laten maken door Johann Sigmund Haußdörffer. Deze gebruikte bij de bouw verschillende stemmen en hoogstwaarschijnlijk ook delen van de orgelkas van het oude orgel. Het nieuwe instrument kon op 22 december 1754 in gebruik worden genomen. In 1837 deed Eberhard Walcker een voorstel om het orgel te vervangen door nieuwbouw. Het plan behelsde een drieklaviers orgel met 53 stemmen en het was opgesteld door Walcker in samenwerking met Johann Georg Frech. Dit plan is echter niet uit gevoerd. Het binnenwerk van Haußdörffer werd echter in 1901 toch geheel verwijderd, en de firma Walcker bouwde een nieuw vierklaviers orgel in de kassen. Adviseur bij de bouw was Christian Fink. Het vierde manuaal, uitgevoerd als Fernwerk, kon dankzij een schenking worden uitgevoerd. Op 31 december 1904 werd het instrument in gebruik genomen. Het had 86 stemmen. In 1987 breidde Walcker het uit met een register.
  • In 1950 wijzigde Walcker de dispositie en werd een verplaatsbare speeltafel geplaatst. Adviseurs bij deze werkzaamheden waren Walter Supper en Hans Arnold Metzger. In 1964 verving Walcker de kegelladen door sleepladen.
  • De tractuur is elektro-pneumatisch.
Dispositie:
 
Hauptwerk: C-g3  Prinzipal 16′, Quintadena 16′, Großoktav 8′, Weitgedackt 8′, Viola da Gamba 8′, Oktav 4′, Gemshorn 4′, Großterz 3 1/5′, Quint 2 2/3′, Waldflöte 2′, Rauschpfeife 4 fach (4′), Mixtur 6 fach (2′), Kleinmixtur 4 fach (2/3′), Trompete 16′, Trompete 8′, Clairon 4′.
Seitenwerk: C-g3  Gedacktpommer 16′, Praestant 8′, Bordun 8′, Salizional 8′, Oktav 4′, Rohrflöte 4′, Nasat 2 2/3′, Superoktav 2′, Hohlflöte 2′, Terzflöte 1 3/5′, Superquint 1 1/3′, Septimflöte 1 1/7′, Koppelflöte 1′, Mixtur 5-7 fach (1′), Krummhorn 8′, Trompetenregal 4′, Tremolo.
Oberwerk: C-g3  Stillgedackt 16′, Geigend Prinzipal 8′, Rohrgedackt 8′, Dulzflöte 8′, Oktav 4′, Holzflöte 4′, Fugara 4′, Unda Maris 4′, Quintflöte 2 2/3′, Piccolo 2′, Schwiegel 1′, None 8/9′, Mixtur 7 fach (2′), Septterzian 3 fach (1 3/5′), Terzzimbel 2 fach (1/5′), Dulzian 16′, Trompete 8′, Hautbois 8′.
Kronwerk: C-g3  Bleigedackt 8′, Quintade 8′, Prinzipal 4′, Spillflöte 4′, Kleinoktav 2′, Sifflöte 1 1/3′, Hörnle 2 fach (2′), Schreipfeife 3 fach (1′), Scharfmixtur 4 fach (2/3′), Harfenregal 16′, Vox Humana 8′, Tremolo.
Fernwerk: C-g3  Quintatön 16′, Bourdon Doux 8′, Nachthorn 8′, Echogamba 8′, Vox Angelica 8′, Spitzflöte 8′, Prinzipal 4′, Flauto Dolce 4′, Nasatquinte 2 2/3′, Piccolo 2′, Sifflöte 1′, Trompete 8′, Vox Humana 8′, Tremolo.
Pedalwerk: C-f1 Untersatz 32′, Prinzipalbaß 16′, Subbaß 16′, Oktavbaß 8′, Flötenbaß 8′, Violflöte 8′, Choralbaß 4′, Rohrpommer 4′, Nachthorn 2′, Baßzink 3 fach (6 2/5′), Mixtur 6 fach (2 2/3′), Bombarde 32′, Posaune 16′, Stillfagott 16′, Trompetenbaß 8′, Clarine 4′, Singend Cornett 2′.
Koppelingen: Hauptwerk – Seitenwerk, Hauptwerk – Oberwerk, Hauptwerk – Kronwerk, Hauptwerk – Fernwerk, Seitenwerk – Oberwerk, Seitenwerk – Kronwerk, Oberwerk – Kronwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Seitenwerk, Pedal – Oberwerk, Pedal – Kronwerk, Pedal – Fernwerk.
Speelhulpen: 4 vrije combinaties, 3 vrije pedaalcombinaties, Register-crescendo.