Fijnaart, Ontmoetingskerk

Foto: Bert Wisgerhof © 2015

bullet Het door J.F. Witte gebouwde orgel van de Gereformeerde Kerk te Fijnaart is oorspronkelijk voor de Prinsenkerk te Rotterdam gebouwd. Op 13 april 1873 werd het daar in gebruik genomen, alhoewel het al op 20 december 1872 door Samuel de Lange (sr.) en Jozef Schravesande was goedgekeurd. Op 31 maart 1907 vond de laatste kerkdienst in de Prinsekerk plaats, waarna het gebouw is gesloten.
bullet Een jaar later kwam het orgel tijdelijk in de Grote Kerk te Rotterdam te staan, tijdens de restauratie van het grote orgel. Het kreeg hier een plaats achter de preekstoel. Via J. van der Kleij werd daarna geprobeerd het orgel te verkopen.
bullet Dit lukte in 1913, waarna het in de Rehobothkerk te Amsterdam-Watergraafsmeer is geplaatst. De firma A. Bik breidde hier het orgel in 1927 uit met een vrij pedaal op een pneumatische kegellade en plaatste een windmotor. Het dan nog altijd vrijwel originele instrument werd als te klein ervaren, en ook vond men het uiterlijk niet passen in de kerk. Een grote ombouw in 1931 door De Koff betekende het einde van het oorspronkelijke orgel: de kas werd gesloopt, er werd een nieuw front door dhr. Ingwersen, architect te Amsterdam, met een open pijpenopstelling ontworpen, de Witte-registers werden op manuaal I gedisponeerd terwijl er een zwelwerk als tweede manuaal werd aangelegd. Het pedaal maakte men geheel vrij op een nieuwe windlade. Adviseur bij de werkzaamheden was J.H. Besselaar jr. Het orgel had nu 22 stemmen. De Koff plaatste in 1933 een Basson-Hobo op de plek van de Vox Humana. In 1951 werd het orgel gereviseerd door A. Bik. De dispositie werd nu ook gewijzigd: de Violon 8′ zaagde hij af tot een Quint en de Violon van het pedaal werd door een Octaaf 4′ vervangen. Ook vernieuwde hij de Woudfluit. Enkele jaren later zijn de Viola d’Amour en de Voix Céleste vervangen door een Octaaf 4′ en een Quint 1 1/3′, afkomstig uit de Mixtuur. De Rehobothkerk sloot per 1 januari 1971 haar deuren.   
bullet Het orgel werd nu aan de Christelijke Gereformeerde Kerk te Assen verkocht. Will Boegem demonteerde het instrument en sloeg het op. Het orgel is nooit in Assen opgebouwd. Toen men in 1981 een nieuw orgel lieten maken door Kaat & Tijhuis, nam deze bouwer het Witte-instrument in. Enkele stemmen werden gebruikt voor restauratie van andere Witte-orgels. Onder advies van J.J. van der Harst en Teus den Toom is het overgebleven deel geplaatst in de kas van de firma Dekker uit 1914 in de Gereformeerde Kerk te Fijnaart. Hier werd het in 1990 in gebruik genomen. Bij de opbouw in Fijnaart is een wijziging op het pedaal uitgevoerd. De voordien continu aangehangen Bourdon 16′ kan nu door middel van een registerknop op het pedaal worden in- en uitgeschakeld. De stemming van het mechanische sleepladen-orgel is evenredig zwevend.
Manuaal I: C – f”’  Manuaal II:  C – f”’  Pedaal: C – d’    Koppelingen:   
Bourdon 16′ Viola 8′ Aangehangen   Manuaalkoppel  
Prestant 8′ Holfluit 8′     Keerkoppel Pedaal Manuaal I/Manuaal II
Octaaf 4′ Fluit 4′          
Doublet I-III sterk         Speelhulpen:   
Cornet I-II sterk         Ventiel  
Trompet 8′ (gedeeld)