In 1887 bouwde J.W. Walker & Sons een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met gedecoreerde frontpijpen voor de Church of Saint Mary (the Virgin) in Fordingbridge (Hampshire). In 1955 is het gerestaureerd door George Osmond. Daarbij is het klavierbeleg vervangen. In 1973 is het gerestaureerd en schoongemaakt door George Osmond. In 1985 werden de blaasbalgen vernieuwd door een onbekende orgelmaker. In 2014 is het orgel gerestaureerd en schoongemaakt door Mander Organs. Daarbij is het originele front weer hersteld. Het pedaalklavier is radiaal concaaf. De toetstractuur van het pedaal is tegenwoordig elektro-pneumatisch.
Dispositie:
GREAT (C – g3) 56 TOETSEN: Open Diapason 8′, Dulciana 8′, Stopped Diapason 8′, Principal 4′, Suabe Flute 4′ – was voorheen Clear Flute, Fifteenth 2′, Clarinet 8′.
SWELL (C – g3) 56 TOETSEN (IN ZWELKAST): Double Diapason 16′, Open Diapason 8′, Stopped Diapason 8′, Echo Gamba 8′, Principal 4′, Mixture III, Oboe 8′ – CD Hautboy, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Open Diapason 16′, Bourdon 16′.
KOPPELINGEN: Swell to Pedal, Swell to Great, Great to Pedal.
SPEELHULPEN: 2 composition pedals to Swell, 2 composition pedals to Great.