Freising (Neustift), Prämonstratenserklosterkirche Sankt Peter und Paul

Bron foto: Klais Orgelbau

In 1760 bouwde Philipp Rädler een orgel met één manuaal en vrij pedaal voor de kloosterkerk in Freising-Neustift (Bayern). De kerk is rond 1810 als kloosterkerk buiten gebruik gesteld. Het orgel werd in 1853 uitgebreid met een tweede manuaal. In 1906-1908 heeft März het binnenwerk door een geheel nieuw orgel met pneumatische tractuur, twee manualen en pedaal en 26 stemmen vervangen. Dit werk moest op zijn beurt in 1992 weer wijken voor een orgel van de firma Klais met 33 stemmen 2 manualen, pedaal, sleepladen, mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur.

Dispositie:

Hauptwerk: C – f3 Flautona 16′, Principal 8′, Bordun 8′, Viola da Gamba 8′, Coppel 8′, Octav 4′, Flöten 4′, Quinte 3′, Superoctav 2′, Cornet 4 fach (4′), Mixtur 5 fach (2′), Trompet 8′.
Echo: C – f3 Salicet 8′, Coppel 8′, Unda maris 8′, Fugari 4′, Rohrflöten 4′, Nasard 3′, Flageolet 2′, Terz 1 3/5′, Quint 1 1/2′, Cimbel 3 fach (1′), Fagot 16′, Cromhorn 8′, Tremulant.
Pedal: C – f1 Principal 16′, Subbaß 16′, Octavbaß 8′, Violoncell 8′, Quintbaß 6′, Superoctavbaß 4′, Mixturbaß 4 fach (2 2/3′), Bombard 16′, Posaunenbaß 8′.
Couplers: Hauptwerk – Echo, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Echo.
Accessories: Principalplenum, Zungenplenum.