Foto: © C.Stadler/Bwag; CC-BY-SA-4.0. (Wikimedia Commons)
In 1741 werd voor de Wallfahrtskirche in Göstritz een nieuw orgel gebouwd door Johann Hencke. Het orgel raakte in 1826 beschadigd door een brand. Het orgel werd in 1828 (Rückpositiv) en 1838 (Hauptwerk en Pedaal) gedeeltelijk gerenoveerd. Albert Mauracher bouwde in 1899 een nieuw pneumatisch taschenladen-orgel in de hoofdkas van Hencke. Het Rückpositiv was buiten gebruik gesteld. Omdat het orgel rond 1970 niet meer bespeelbaar was, besloot men om een nieuw mechanisch instrument met sleepladen, 24 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal te bouwen en het Rückpositiv voor dit instrument in ere te herstellen. Opus 5506 werd in 1972-1974 gebouwd door de firma Walcker-Mayer. Ket dit nieuwe orgel sloot men qua klank en opbouw beter aan bij de achttiende-eeuwse orgelkassen. Het instrument werd in 2002 door Wilhelm Reichhold uit Walcker-Mayer volledig gereviseerd.
Dispositie:
HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Pommer 16′, Prinzipal 8′, Gedackt 8′, Oktav 4′, Spitzflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoktav 2′, Mixtur 5 fach (1 1/3′), Scharff 4 fach (2/3′), Trompete 8′.
BRÜSTUNGSPOSITIV (C – g3) 56 TOETSEN: Rohrflöte 8′, Prinzipal 4′, Gedacktflöte 4′, Blockflöte 2′, Quinte 1 1/3′, Sesquialter 2 fach, Zimbel 3 fach (1/2′), Krummhorn 8′.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Subbaß 16′, Oktavbaß 8′, Rohrgedackt 8′, Gemshorn 4′, Rohrpfeife 2′, Fagott 16′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Brüstungspostiv, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Brüstungspositiv.
