Foto’s: Bram Luteyn © 2022
In de jaren 1675-1677 bouwde Thomas II Dallam een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de kerk Saint-Miliau in Guimilau (Finistère (29)) Frankrijk. De fraaie orgelkas is rijk gedecoreerd met houtsnijwerk dat toegeschreven is aan vader en zoon Lerrel. Het orgel werd in de loop van de tijd niet veel gewijzigd, maar raakte wel in slechte staat. In 1909 was het niet meer te bespelen en bleef vele jaren in deze staat. In 1939 werd het instrument hersteld, maar hiermee ging een groot deel van het historische materiaal verloren. In de jaren 1986-1989 is een reconstructie uitgevoerd door Gérald Guillemin. Ongeveer 35 procent van het pijpwerk, de windladen van Grand Orgue en Positif en delen van de mechaniek zijn nog van Dallam. Ook de orgelkas is nog origineel. De stemmingstemperatuur is Chaumont. De toonhoogte is a’ = 415 Hz. In 2023 was het orgel op de frontpijpen na, helemaal leeg. Mogelijk is er een restauratie in uitvoering.
Dispositie:
Grand Orgue: CD – c3 Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Flutte 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Quarte 2′, Tierce 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Flageolet 1′, Cornet 5 rangs (discant), Fourniture 4 rangs, Cymbale 3 rangs, Trompette 8′, Voix Humaine 8′, Clairon 4′.
Positif: CD – c3 Bourdon 8′, Montre 4′, Flutte 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Fourniture 3 rangs, Cromhorne 8′.
Écho: c1 – c3 Flutte d’Echo 8′, Cornet 4 rangs, Voix Humaine 8′.
Pédale: CD – f Bourdon 16′, Flutte 8′ – transmission, Flutte 4′ – transmission, Trompette 8′ – transmission, Clairon 4′ – transmission.
Overige registers: Rossignol.
Koppelingen: Accouplement du Positif au Grand Orgue.
Speelhulpen: Tremblant Fort, Tremblant Doux.


