Foto: Ji-Elle, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
- Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte het Valentin Rinckenbach-orgel uit 1828 van de Dorpskerk in Gunsbach zwaar beschadigd. Dit instrument, met één klavier en 12 registers, was het orgel waarop Albert Schweitzer zijn eerste orgellessen heeft gekregen van zijn vader. In samenwerking met de orgelmaker Frédéric Haerpfer heeft Schweitzer voor deze kerk een nieuw orgel ontworpen, dat voldeed aan zijn idealen. Het pneumatische kegelladen-orgel met 25 (24) stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal werd op 3 mei 1931 in gebruik genomen. Gedeelten van de orgelkas van Rinckenbach werden opnieuw gebruikt.
- Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog liep de kerk oorlogsschade op, en het orgel moest worden gerepareerd. Dit gebeurde in 1945 door de firma Mühleisen. In 1954 verving Alfred Kern de Dulciana 8′ van het Schwellwerk door een Prestant 4′, dit op verzoek van Albert Schweitzer zelf. Het orgel werd hierna langzaam maar zeker slechter, en vooral de mechanieken waren er slecht aan toe. Omdat ook de ideeën over de ideale dispositie flink waren veranderd sinds de bouw besloot men het orgel volledig te herbouwen. Het initiatief werd door Schweitzer genomen, die inmiddels 85 jaar was. Verschillende registers werden geschonken door Europese orgelbouwers: van het Hauptwerk is de Flûte Conique 8′ een geschenk van de firma Ott en de Flûte à Fuseau 4′ van de firma Flentrop, de Waltflöte 2′ van het Schwellwerk is geschonken door de firma Akermann & Lund en de Principal 4′ van het Pedal is een persoonlijke gift van dr. Bengt Andreas. Twee jaar na de ingebruikname heeft Kern aan het Pedal nog een Fourniture en een Dulcian 16′ toe.
- In 1993 is het orgel geheel gereviseerd. Bij deze werkzaamheden wijzigde men de samenstelling van de Pedal-Fourniture en is een Trompette 8′ aan het Pedal toegevoegd.
- Het orgel is tegenwoordig een mechanisch sleepladen-orgel.
Dispositie:
Hauptwerk (C-g3): 56 toetsen Bourdon 16′ – 1931, Montre 8′ – 1931/1961, Bourdon 8′ – 1931, Flûte Conique 8′, Prestant 4′, Flûte à Fuseau 4′, Quinte 2 2/3′, Doublette 2′, Fourniture 4 rangs (1′), Trompette 8′.
Schwellwerk (C-g3): 56 toetsen Bourdon 8′ – 1931, Gemshorn 8′ – 1931, Gambe 8′, Voix Céleste 8′ – 1931/1961, Prestant 4′, Flûte à Cheminée 4′, Waldflöte 2′, Sesquialtera 2 rangs, Plein-Jeu 3 rangs (1/2′), Basson-Hautbois 8′.
Pedal (C-f1): 30 toetsen Bourdon 16′ – transmissie, Soubass 16′, Flûtebasse 8′, Violoncelle 8′, Principal 4′, Fourniture 3 rangs (2′) – 1963/1993, Dulcian 16′ – 1963, Trompette 8′ – 1993.
Koppelingen: Hauptwerk – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Schwellwerk.
Speelhulpen: Tutti, Vrije combinatie (Hauptwerk en Pedal), Vrije combinatie (Schwellwerk), Generale combinatie, Handregisters af.
| Vulstem | Samenstelling |
| Fourniture 4 rangs (Hauptwerk) | C: 1′ – 2/3′ – 1/2′ – 1/3′. c°: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. |
| Plein-Jeu 3 rangs (Schwellwerk) | C: 1/2′ – 1/3′ – 1/4′. c°: 2/3′ – 1/2′ – 1/3′. f°: 1′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. f’: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. f”: 4′ – 2 2/3′ – 2′. c”’: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′. |
| Fourniture 3 rangs (Pedal) | C: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ (was in 1963: 2′ – 1 1/3′ – 1′.) |
