Foto’s: Marco Borkent © 2005
Joseph Adema startte in 1921 met de bouw van een nieuw pneumatisch kegelladen-orgel op het westkoor van de Willibrorduskerk buiten de Veste in Amsterdam, op de hoek van de Amsteldijk en de Ceintuurbaan. Het instrument moest uiteindelijk het grootste van Nederland worden, met 74 registers, vier klavieren en pedaal. De dispositie was ontworpen door de organisten Jos Verheyen en Willem van Kalmthout. Door geldgebrek kon het niet geheel worden voltooid, en werden er in fasen gedeelten afgebouwd. In 1923 werd het eerste stuk in gebruik genomen met een bespeling door Jan Nieland, die zijn Marche Triomphale voor deze gelegenheid componeerde. Enkele tongwerken werden in 1924 geplaatst, en dankzij een schenking kon in 1926 het front worden voltooid. Na het overlijden van Joseph Adema in 1943 plaatste Hubert Schreurs in 1946 de ontbrekende labiaalstemmen, en drie jaar later tien tongwerken, gemaakt door de Franse firma Masure. Het grote orgel was nu, op de Bombarde 32′ na voltooid. Het vierde manuaal zou middels een verbinding het koororgel kunnen gaan bespelen. Deze koppeling is echter nooit gerealiseerd.
Het koororgel uit de kerk is in 1970 overgeplaatst naar de kerk van Sint Jan de Doper in Amsterdam, en later naar de Sint Jansbasiliek in Laren. In 1966 viel het besluit dat de kerk zou worden afgestoten en gesloopt. Men richtte de Stichting Willibrordusorgel op, met als doel een passende locatie voor het grote instrument te vinden, en er voor te zorgen dat het niet gewijzigd zou worden. Het leek eerst niet te lukken een bestemming voor het orgel te vinden. Onderhandelingen met de Sint Bonifaciuskerk in Amsterdam in 1968/1969 zijn op niets uitgelopen. Wim Eppinga wilde het orgel in delen verkopen.
De kathedrale basiliek van Sint Bavo aan de Leidsevaart 146 in Haarlem, een creatie van Jos Cuypers, had de ruimte voor een groot orgel op het achterkoor. Er was echter nooit een orgel op die plek geplaatst, zodat men in 1970 besloten heeft het instrument daar opnieuw te plaatsen. Op 21 maart 1971 werd in de Bavokathedraal het grote orgel ingewijd met een bespeling door Thijs Kramer, die reeds sinds 1959 organist van het orgel was. Het front werd aangepast, en de tractuur werd vervangen door een elektrische. Het vierde manuaal had nog altijd geen functie. De firma Adema-Schreurs plaatste in 1978 een kroonpositief met 11 stemmen. In 1991 werd een Contrafagot 32′ aan het pedaal toegevoegd. Het groot octaaf werd nieuw gemaakt door Stinkens, en de pijpen vanaf c-klein komen uit de Fagot 16′ van het Vermeulen-orgel uit 1922 van de Sint Nicolaaskerk in Zoetermeer, dat in 1981 werd gesloopt. Hiermee was het orgel gekomen tot de dispositie en omvang zoals bij het ontwerp in 1921 oorspronkelijk is bedacht. Op 25 mei 1991 werd het instrument weer in gebruik genomen.
Het orgel kreeg op 1 april 1995 een Setzerinstallatie voor de registraties. In totaal konden 99 kanalen met elk 999 combinaties worden gebruikt. In 1999 zijn een groot gedeelte van de tractuur en de speeltafel vernieuwd. De stemmingstemperatuur is gelijkzwevend. De toonhoogte is a’ = 440 Hz.
De dispositie van het Adema-orgel: (1923)
HOOFDMANUAAL (C – g3) 56 TOETSEN: Violon 32′ (discant), Principaal 16′, Bourdon 16′, Praestant 8′, Portunaal 8′, Fluit Harmoniek 8′, Holpijp 8′, Quint 5 1/3′, Octaaf 4′, Gemshoorn 4′, Doublet 2′, Mixtuur IV-V sterk, Cymbale IV sterk, Cornet III-IV sterk, Ripiëno II sterk, Fagot 16′, Trompet 8′, Klaroen 4′.
POSITIEF EXPRESSIEF (C – g3) 56 TOETSEN: Viola Major 16′, Principaal 8′, Viola 8′, Vox Coelesta 8′, Baerpijp 8′, Roerfluit 8′, Viola 4′, Fluit Douce 4′, Quintviola 2 2/3′, Viola 2′, Mixtuur III-IV sterk, Cymbale III sterk, Sexquialter II-III sterk, Engelse Hoorn 16′, Trompet 8′, Kromhoorn 8′, Schalmey 4′, Tremulant.
RÉCIT EXPRESSIEF (C – g3) 56 TOETSEN: Quintadeen 16′, Viola di Gamba 8′, Quintadeen 8′, Fluit Harmoniek 8′, Nachthoorn 8′, Unda Maris 8′, Salicet 4′, Fluit Harmoniek 4′, Nasard 2 2/3′, Octavin 2′, Terts 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Flageolet 1′, Trompet Harmoniek 8′, Fagot Hobo 8′, Clarinet 8′, Vox Humana 8′, Tremulant.
KROONPOSITIEF (C – g3) 56 TOETSEN: Praestant 8′, Holpijp 8′, Salicionaal 8′, Fluit Harmoniek 8′ – transmissie G.O., Octaaf 4′, Roerfluit 4′, Quint 2 2/3′, Octaaf 2′, Mixtuur IV sterk, Cornet III sterk – Transmissie G.O., Baryton 16′, Trompet 8′, Klaroen 4′.
PEDAAL (C – g1) 32 TOETSEN: Majorbas 32′, Open Bas 16′, Contrabas 16′, Subbas 16′, Quint 10 2/3′, Open Bas 8′, Cello 8′, Gedekt 8′, Open Fluit 4′, Octaaf 2′, Ruispijp II-III sterk, Contre-Fagot 32′ – 1922/1991, Fagot 16′, Bazuin 16′, Trompet 8′, Klaroen 4′.
KOPPELINGEN: Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Positief Expressief, Pedaal – Récit Expressief, Pedaal – Kroonpositief, Hoofdwerk – Positief Expressief, Hoofdwerk – Récit Expressief, Hoofdwerk – Kroonpositief, Kroonpositief – Positief Expressief, Kroonpositief – Récit Expressief, Positief Expressief – Récit Expressief.
SPEELHULPEN: Combinatieregisters per manuaal, Combinatietreden.







