Hooge Zwaluwe, Protestantse Kerk

Het Knipscheer-orgel is in 1865 gebouwd voor de Ned. Herv. Kerk te Noordwijk aan Zee. Bij de verbouwing en vergroting van die kerk werd door de fa. Spanjaard in 1935 een veel groter orgel geplaatst. Het Knipscheerorgel werd ingenomen en doorverkocht aan de Baptistenkerk te Noordbergum (Fr.), waar het,
zonder kas, met enkele dispositie wijzigingen, in een ongunstige nis werd geplaatst.

Spanjaard voegde in 1935 een Holpijp toe en verving de Quint door een Celeste. De windvoorziening werd ook door hem gewijzigd. Later, omstreeks 1960, voegde Faber uit Dokkum een Subbas 16 voet op de manuaallade toe. Het pijpwerk werd een ½ toon verschoven, maar de intonatie bleef ongewijzigd.

Het orgel werd in 1978 gekocht door Orgelmakers Mense Ruiter. De oorspronkelijke kas bestaat niet meer

In 1987 werd aan Mense Ruiter Orgelmakers b.v. de opdracht gegeven tot restauratie naar de oorspronkelijk dispositie, en tot plaatsing van het Knipscheer orgel in de bestaande fraaie en passende orgelkas van Standaart

De restauratie hield in:

Windlade ontleden en geheel herstellen volgens oorspronkelijke vorm en materiaal gebruik;

De aanwezige Standaart magazijnbalg repareren en aansluiten op de lade, en een nieuwe windmachine aanbrengen;

De speelmechanieken herstellen in aanwezige vorm;

Een nieuwe manuaalklaviatuur maken volgens oorspronkelijke Knipscheer vorm;

Een nieuw pedaalklavier maken, met handhaving van de aanwezige orgelbank;

De registermechaniek in goede functie brengen en de registerknoppen om de lessenaar heen bouwen;

Een nieuwe Quint 3 maken naar mensuur en factuur van Octaaf 4 en Octaaf 2, ter vervanging van de Celeste;

Het metalen pijpwerk opronden en naar de oorspronkelijke toonhoogte brengen. De houten pijpen opnieuw verlijmen;

Het geheel intoneren naar de oorspronkelijke Knipscheer normen.

Daarnaast moest het werk zodanig worden uitgevoerd en voorbereid, dat in volgende fasen het orgel eenvoudig kan worden uitgebreid met een bovenwerk en een vrij pedaal.

De oude frontpijpen bleken niet meer in een goed ogende staat te brengen. Daarom zijn voor het front  nieuwe pijpen gemaakt, die duidelijk moesten maken dat er weer een fris instrument in de orgelkas staat opgesteld. Deze pijpen kunnen sprekend zijn in een toekomstig vrij pedaal. Enkele bestaande houten Bourdon pijpen zijn voor dat doel ook al geplaatst.

Het gerestaureerde Knipscheer orgel kreeg de volgende dispositie:

Prestant 8 vt (C – F eiken, open met loden stemflappen, rest metaal)
Bourdon 8 vt (B/D) ( Bas eiken/ Discant metaal)
Viool 8 vt (D) ( met zijbaarden)
Octaaf 4 vt
Quint 3 vt
Roerfluit 4 vt  ( C-B eiken,  rest metaal, vanaf fis ” konisch open)
Octaaf 2 vt
Cornet 4 st (D) ( open fluit-mensuur)
Mixtuur 2-4 st samenstelling:
C 11/3 1′,
c 2  11/3 1′,
c’ 22/3   2  11/3 1′,
c” 4 22/3   2  11/3 ‘
c”‘ 51/3 4 22/3   2′.

Een 2e manuaal en vrij pedaal.

Het orgel was voorbereid op uitbreidingen: een bovenwerk en een vrij pedaal. Verdere initiatieven door de orgelcommissie leidden ertoe dat de Kerkvoogdij instemden met het verstrekken van een vervolg opdracht aan Mense Ruiter Orgelmakers b.v.

De opdracht hield in:

Grenen ladejukken maken in de kas, hierop de bovenwerklade plaatsen;

Nieuwe speelmechanieken maken: een eiken welbord met eiken wellen, welarmen en -houders maken. Grenen abstracten maken;

Nieuwe registermechanieken maken. Plaatsing van de registertrekkers: 2 stuks links en 3 stuks rechts van de lessenaar in verticale rijen.

Registerwellen maken van eiken, welarmen van metaal.

Een nieuw eiken windkanaal maken tussen bovenwerklade en balg;

Plaatsing van de nieuwe windlade, geheel gemaakt van goed gedroogd eikenhout, met hechthouten dekken, ingericht voor de volgende registers:

Prestant 8′         disc e1 – f3 metaal, 12% tin
Holpijp 8′           bas- en discant gedeeld tussen b0 en c1
C – b0 eiken, waarvan C-E afgevoerd,
c1 – fmetaal, 12% tin
Dwarsfluit 4′     C – B eiken, waarvan C -Fis afgevoerd,
c0 -f3 metaal, 12% tin
Gemshoorn 2′    metaal, 12% tin

In december 1995 werd het bovenwerk opgeleverd en was dus ook het 2e manuaal sprekend geworden. En in 2006 werd een vrij pedaal opgeleverd.

De dispositie ziet er nu  als volgt uit:

Hoofdwerk:
Prestant 8 vt
Bourdon 8 vt B/D
Viool 8 vt D
Octaaf 4 vt
Quint 3 vt
Roerfluit 4 vt
Octaaf 2 vt
Cornet 4 st
Mixtuur 2-4 st

Bovenwerk:
Prestant 8 vt D
Holpijp 8 vt (B/D)
Dwarsfluit 4 vt
Gemshoorn 2 vtKoppels:
BW – HW
BW – Pedaal

Pedaal:
Bourdon 16 vt (gebruik gemaakt van uit Standaart-orgel afkomstige
vurenhoutpijpen)
Octaaf 8 vt       (C – c0 reeds in het front aanwezig, rest nieuw,
metaal, 90% tin)
Trompet 8 vt     (nieuw, koppen en stevels eiken, tongen koper,bekers metaal 70% tin, kopie van het Knipscheer-orgel te Noordwijk)