Huizen, Meentkerk

Foto’s: Wim Verburg – 2001

Concert Meentkerk Huizen 15 juni 2001

Het concert werd gegeven door Ben van Oosten, (geb. 1955) organist van de Grote Kerk in Den Haag. Hij geeft veel concerten, heeft bovendien enige CD’s ingespeeld, en geeft mastercursussen.
De kerk in Huizen heeft een akoestiek zonder nagalm, waardoor de muziek al snel droog klinkt. Het is een vrij kleine ruimte, waardoor het een gedurfde keus was om er een symfonisch orgel neer te zetten. Het werd uiteindelijk een orgel met 2 doelen: een orgel om het specifiek frans-symfonische repertoire op te vertolken, en een orgel dat de samenzang optimaal kan begeleiden.
Toch wist Ben van Oosten in alle muziekwerken te overtuigen. Waar andere organisten nog weleens moeite hebben om het karakter van het orgel i.s.m. de vrij droge ruimte goed te begrijpen, slaagde Van Oosten er goed in om de ruimte te vergeten. Eigenlijk miste ik niet eens de lange nagalm en de brede akoestiek in de Franse kathedralen. De specifieke galm en akoestiek die vaak zoveel cachet aan de symfonische orgelwerken geven. Het blijkt dus mogelijk te zijn het orgel zò te bespelen, dat het frans klinkt. Men is de laatste jaren tot het inzicht gekomen dat een symfonisch orgel en de samenzang elkaar niet hoeven uit te sluiten. Vandaar dat men besloten heeft om de typische samenzangregisters (m.n. van het hoofdwerk) bij te intoneren. De prestant 8 en de Roerfluit 8 zijn al geherintoneerd, zodat ze breder en warmer klinken.
De droge ruimte maakt het mogelijk om de draad van de muziek duidelijk te volgen. Waar de nagalm in grote kerken een hele hoop dichtsmeert, zodat veel details wat minder duidelijk hoorbaar zijn, bleek mij dat een duidelijke weergave niet op gespannen voet staat met b.v. sfeerwerking en mystiek. En Van Oosten wist de ruimte optimaal te benutten. De herintonatie blijkt niet te leiden tot een waziger of onduidelijker klankbeeld. Waar orgelbouwend Nederland vroeger bang voor was: een wazig en dus onbruikbaar klankbeeld, lijkt het me dat die angst niet gegrond is. En gezien het feit dat de herintonatie doorgaat, is men er ook niet bang meer voor. We weten méér zodra andere hoofdwerkre- gisters zijn geherintoneerd.
De stukken:
Gigout, Grand Choeur Dialogué:
Een goede intro in het concert. Duidelijk gestruktureerd, met goede gekruide klankkleuren, met name van het zwelwerk. We konden heel goed de lijn blijven volgen.
J.S. Bach, Gott soll allein mein Herze haben (BWV 169, orgelbewerking André Isoir)
Een fijnzinnige registratie (met goede tremulant!), en een dito speelwijze. Zo kan het koraal een mens aangrijpen, ook hier een op de ruimte afgestemde interpretatie. Een mooie, niet al te nadrukkelijke uitkomende stem.
J.S. Bach, Præludium en Fuga in d-moll BWV 539
Het preludium met grondstemmen 8′, klonk warm zonder vet te zijn.
De fuga  idem, maar met 4′ erbij. Zo bleef de klank duidelijk zonder dun en spichtig te zijn.
Duidelijkheid en romige klank kunnen samengaan. De lijn bleek goed te volgen.
Dupré, Épithalame (op het thema van de aria van Giovannini uit het ‘Notenbüchlein
für Anna Magdalena van JSB) Een prettig werkje, charmant en intiem. Alleen wanneer er
niet in de discant werd gespeeld klonk het wat dun. Grappig is dat modern en
barok elkaar afwisselen. Aan het eind een impressionistisch moment met de
voix céleste.  
Dupré, Le Tombeau de Titelouze, opus 38
Te lucis ante terminum, Vexilla regis, Veni Creator Spiritus,
Ad regias agni dapes, Iste Confessor, Placare Christe servulis.
Het zijn werken die – gezien hun lengte en klankkarakter – waarschijnlijk voor de katholieke liturgie bedoeld waren. Het éne werk kan me meer bekoren dan het andere, dat komt misschien ook doordat de stukken vrij kort gehouden zijn.
Vierne, Triptyque, opus 58.
Matines: Een sfeervol stuk, dat vrij snel al met dissonanten begint. Van Oosten wist er echter de sfeer goed vol te houden. Ik miste niet eens nagalm of grotere akoestiek.
Communion: idem
Stèle pour un enfant défunt: idem
Lemmens, Sonate 1 Pontificale d/D
Vroeger werd deze componist vaak voor banaal versleten. Dat deze kwalificatie niet terecht is, bewees Van Oosten. Ook hier duidelijkheid gepaard gaande met sfeer. Ik heb de Marche Pontificale ook wel eens door een andere organist horen spelen, die het (waarschijnlijk niet met opzet!) nogal banaal liet klinken.
Van Oosten daarentegen weet de goede smaak te bewaren.
Hij werd dan ook – vanwege het zeer geslaagde concert – beloond met een langdurig en enthousiast
applaus. Een toegift was dan ook het resultaat.
Al met al één van de zeldzame hoogtepunten die Wim Verburg bij concerten mocht meemaken.

Dispositie van het orgel:

Hoofdwerk: (C-g3) Zwelwerk: (C-g3) Pedaal: (C-f1)
Bourdon 16 Dwarsfluit 8 * Subbas 16 (transm)
Prestant 8 Viola di Gamba 8   (C) Prestant 8 (transm)
Roerfluit 8 Voix Céleste 8 (c0) Fluit 8 (transm HW)
Octaaf 4 Openfluit 4 *1 Basson 16 *2
Fluit 4 Nazard 2 2/3
Octaaf 2 (uit mixtuur) Fluit 2 tremulant gehele orgel
Mixtuur 4 sterk Terts 1 3/5
Cornet 5 discant Hobo 8 (franse fact)
Trompet 8 (franse fac)

*: overblazend va. fis’
*1: overblazend va. fis0
*2: C-B halve lengte

Koppelingen:
Keerkoppel Hoofdwerk – Zwelwerk / Zwelwerk – Hoofdwerk
Pedaal – Hoofdwerk
Pedaal – Zwelwerk