Jakarta,Immanuelkerk

Foto: DayakSibiriak, License: CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)

  • Op 24 augustus 1835 werd de eerste steen gelegd voor de Willemskerk in Batavia. De kerk werd zowel door de Nederlands Hervormde Gemeente als de Evangelisch Lutherse Gemeente gebruikt. In 1839 is het gebouw in gebruik genomen. Jonathan Bätz kreeg in datzelfde jaar de opdracht voor de bouw van een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 2 manualen en pedaal. Op 10 oktober 1841 is het instrument gereed. Ter beoordeling was het opgesteld in de Jacobikerk te Utrecht. Berthold Tours keurde het instrument. Daarna volgde verscheping en opbouw in Nederlands Indië. Op 16 juli 1843 werd het orgel ingewijd. Na 1947 kreeg de kerk de nieuwe naam “Immanuëlkerk”.
  • In de loop van de tijd is het Bovenwerk in een zwelkast geplaatst. De Quint werd vervangen door een Salicionaal, van de Mixtuur werden twee koren verwijderd, en van de Trompet 8′ zijn alle pijpen vanaf f klein verdwenen. Flentrop restaureerde het orgel in 1984/1985. Het ontbrekende pijpwerk is in de stijl van Bätz nieuw gemaakt, en de Salicionaal is weer vervangen door een Quint. Adviseur tijdens de restauratie was Gert Oost. In mei 1985 is het orgel weer in gebruik genomen.
  • Het orgel heeft 16 stemmen, 2 manualen en een aangehangen pedaal.

Dispositie:

Hoofdwerk (C-f3): 54 toetsen Prestant 16′, Prestant 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Open Fluit 4′, Quint 3′ – 1985, Octaaf 2′, Mixtuur III-IV sterk, Cornet IV sterk, Trompet 8′ – C-f aanwezig.
Bovenwerk (in zwelkast) (C-f3): 54 toetsen Holpijp 8′, Viola di Gamba 8′, Salicionaal 4′, Roerfluit 4′, Gemshoorn 2′, Dulciaan 8′.
Pedaal: C – Aangehangen.
Koppelingen: Manuaalkoppel.