Karlsruhe, Evangelische Christuskirche

Foto’s: Wim van der Kooij © 2024

Klais Orgelbau bouwde ter vervanging van het oude Steinmeyer-orgel uit 1900 in de jaren 1964-1966 een nieuw sleepladen-orgel met gedecoreerde frontpijpen, mechanische toetstractuur, elektrische registertractuur, 4 manualen en een vrij pedaal voor de Christuskirche te Karlsruhe. De organist van de kerk, Hans Joachim Haarbeck, was de adviseur bij de bouw. Josef Schäfer van de firma Klais heeft het front ontworpen, in samenwerking met Arnold Lutz, architect te Karlsruhe. Het orgel kreeg een geheel nieuw modern front, dat wat vormgeving betreft niet echt bij het kerkinterieur aansluit. Het orgel is op 6 november 1966 in gebruik genomen. Op die dag werd een feestelijke kerkdienst gevierd, gevolgd door een uitvoering van de H-moll Messe van Bach. Hans Joachim Haarbeck heeft het orgel hierbij bespeeld. Daarna volgde een speciale feestweek, de Orgeltage, met lezingen en concerten die gegeven werden door Gaston Litaize, Michael Schneider, Werner Jacob, Gerhard Schwarz, Gotthard Arnèr, Luigi Ferdinando Tagliavini en Hans Joachim Haarbeck.

In 2007 nam men het besluit dat het orgel door de firma Klais zou worden herbouwd en vergroot. Carsten Wiebusch, cantor-organist van de kerk, was adviseur bij de bouw.. Het orgel is op 13 mei 2010 in gebruik genomen waarbij een concert werd gegeven door de adviseur.

Dispositie:

HAUPTWERK (I. MANUAL) (C-a3): 58 TOETSEN
Hauptwerk A: Principal 16′, Principal 8′, Hohlflöte 8′, Gemshorn 8′, Schwebung 8′, Octav 4′, Koppelflöte 4′, Quint 2 2/3′, Octav 2′, Kornett 3-5 fach, Mixtur 5-6 fach, Cymbel 4 fach, Trompete 16′, Trompete 8′.
Hauptwerk B: Bordun 16′, Hornprincipal 8′, Solo-Gamba 8′, Flaut Harmonique 8′, Gedeckt 8′, Weitoctave 4′, Kornettmixtur 3 fach, Tuba 8′.
POSITIV (II. MANUAL) (C-a3): 58 TOETSEN Principal 8′, Rohrflöte 8′, Salicional 8′, Quintade 8′, Octav 4′, Holztraverse 4′, Dulciana 4′, Octav 2′, Waldflöte 2′, Sifflöte 1′, Sesquialter 2 fach, Scharff 4-6 fach, Holzdulcian 16′, Krummhorn 8′.
SCHWELLWERK (III. MANUAL) (C-a3): 58 TOETSEN Pommer 16′, Holzprincipal 8′, Viola 8′, Rohrbordun 8′, Principal 4′, Nachthorn 4′, Nazard 2 2/3′, Querflöte 2′, Terz 1 3/5′, Mixtur 5 fach, Basson 16′, Hautbois 8′, Trompete Harmonique 8′, Clairon 4′.
KRONWERK (IV. MANUAL) (C-a3): 58 TOETSEN Holzgedackt 8′, Rohrflöte 4′, Principal 2′, Larigot 1 1/3′, Oberton 3 fach, Musette 8′.
ECHOWERK (IV. MANUAL) (C-a3): 58 TOETSEN Salicet 16′, Geigenprincipal 8′, Lieblich Gedeckt 8′, Aeoline 8′, Vox Coelestis 8′, Violine 4′, Fernflöte 4′, Vox Humana 8′, Rohrschalmey 8′.
PEDAL (C-f1): 30 TOETSEN Untersatz 32′, Theorbe 32′ – transmission, Principal 16′, Violonbass 16′, Subbass 16′, Bordun 16′ – transmission, Salicetbass 16′ – transmission, Quint 10 2/3′, Octav 8′, Gedeckt 8′, Cello 8′, Choralbass 4′, Bauernflöte 2′, Kontrabasscornett 3 fach, Basszink 3 fach, Hintersatz 5 fach, Posaune 16′, Trompete 8′, Trompete 4′.
SPEELHULPEN: Glockenspiel, Zimbelstern.