Kassel, Katholische Pfarrkirche Sankt Elisabeth

Klik op deze link naar Wikimedia Commons voor een foto van het orgel

  • Na de herbouw van het in de Tweede Wereldoorlog verwoeste middenschip van de Martinskirche in Kassel (Hessen) Duitsland, bouwde de firma Werner Bosch een nieuw hoofdorgel, dat aan de westzijde van de kerk werd geplaatst. De dispositie en de mensuren zijn een ontwerp van Helmut Bornefeld die dit in overleg met de organist van de kerk, Klaus-Martin Ziegler, gerealiseerd heeft. Op 20 september 1964 is het sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur, elektrische registertractuur, 57 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal in gebruik genomen.
  • In 2014 is het Bosch-orgel verwijderd in verband met de bouw van een geheel nieuw orgel. Het werd daarna aangekocht door de Elisabeth-parochie. Het instrument is overgeplaatst naar de Sankt Elisabethkirche aan de Friedrichsplatz in Kassel, waar het een Euler-orgel vervangt. Dit laatste instrument is overgeplaatst naar een kerk in Kroatië. Met pasen 2015 is het Bosch-orgel op de nieuwe locatie in gebruik genomen.
  • De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend en de toonhoogte is a’ = 443 Hz.
  • Op maandag 6 november 2023 stortte het dak van de kerk in door mogelijk invloeden van het weer. Het orgel is verwoest.

Dispositie:

Hauptwerk (C-c4): 61 toetsen Gedacktpommer 16′, Prinzipal 8′, Gemshorn 8′, Oktave 4′, Nachthorn 4′, Quinte 2 2/3′, Italienisches Prinzipal 2′, Rauschharfe 2 fach (4′ + 2 2/3′), Larigot 2 fach (1 1/3′ + 1′), Nonenkornett 1-3 fach (2 2/3′), Mixtur I 4-6 fach (2′), Mixtur II 4 fach (1′), Trompete 16′, Spanische Trompete 8′, Spanische Trompete 4′.
Rückpositiv (C-c4): 61 toetsen Quintade 8′, Gedackt 8′, Prinzipal 4′, Flotgedackt 4′, Rohrnasat 2 2/3′, Hohlflöte 2′, Quarte 2 fach (1 1/3′ + 1′), Terznone 2 fach (1 3/5′ + 8/9′), Siebenquart 2 fach (1 1/7′ + 16/19′), Unruh 3 fach (2/9′), Scharf 5 fach (1′), Vox Humana 8′, Messingschalmei 4′, Tremulant.
Oberwerk (in zwelkast) (C-c4): 61 toetsen Rohrpommer 8′, Spitzgedackt 8′, Italienisches Prinzipal 4′, Rohrflöte 4′, Prinzipal 2′, Gemshorn 2′, Sifflöte 1 1/3′, Blockflöte 1′, Sesquialtera 2 fach, Obertone 3 fach, Großmixtur 6-8 fach (1 1/3′), Quintzimbel 4 fach (1/2′), Fagott 16′, Hautbois 8′, Tremulant.
Pedal (C-g1): 32 toetsen Prinzipal 16′, Untersatz 16′, Oktavbaß 8′, Gedacktbaß 8′, Rohrpfeife 4′, Glockleinton 2 fach (2′ + 1′), Baßzink 2 fach (10 2/3′ + 6 2/5′), Choralbas 4 fach (4′), Rauschwerk 3 fach (5 1/3′), Hintersatz 4 fach (5 1/3′), Kontrafagott 32′, Posaune 16′, Kopftrompete 8′, Clairon 4′, Kornett 2′, Tremulant – Sololade.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Oberwerk, Rückpositiv – Oberwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Oberwerk.
Speelhulpen: Zimbelstern, Zungen ab, Tutti, Setzer met 8×8 combinaties.

Samenstelling van de vulstemmen:

Vulstem Samenstelling
Nonenkornett 1-3 fach (Hauptwerk) C: 2 2/3′. c’: 5 1/3′ – 3 1/5′ – 1 7/9′.
Mixtur 4-6 fach (Hauptwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. a°: 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. dis’: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.
Unruh 3 fach (Rückpositiv) C: 2/9′ – 2/11′ – 2/15′ (C-lade). Cìs°: 2/9′ – 2/10′ – 2/13′ (Cis-lade).
Choralbaß 4 fach (Pedal) C: 4′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′.
Rauschwerk 3 fach (Pedal) C: 5 1/3′ – 3 1/5′ – 2 2/7′.