Kethel, Dorpskerk, Hoofdorgel

Foto’s: Bram Luteyn © 2021

E. Leichel & Zn. uit Hummelo bouwde in 1884-1885 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Dorpskerk in Kethel (Zuid-Holland).

Rond 1965 werkte de orgelmaker Van Oosten aan het orgel. Omdat de orgelgalerij kleiner gemaakt moest worden, moest de oorspronkelijke magazijnbalg verdwijnen en werd de windvoorziening gemoderniseerd. Ook werden de dispositie en het klankbeeld gewijzigd.
Op het hoofdwerk verving men de Bourdon 16’ door een Mixtuur. Op het bovenwerk werden alle drie stemmen Lieflijk Gedekt 8′, Salicionaal 4′ en Fluit Travers 4′ vervangen: de nieuwe dispositie luidde: Quintadeen 8’, Fluit 4’, Fluit 2’. Ook werd er een vrij pedaal toegevoegd in een aparte kas. De Bourdon 16’ van 1885 werd hierop geplaatst, alsmede een nieuwe Octaafbas 8’.
Verder werd het pijpwerk op grote schaal doorgezaagd om de opsneden te kunnen verlagen.

Niet alleen de onbevredigende resultaten van deze werkzaamheden, ook de toestand van de windladen maakte een nieuwe restauratie noodzakelijk. Deze werd in 1982 uitgevoerd door de firma N.D. Slooff uit Ouderkerk aan den IJssel. Bij onderzoek bleek dat de lade van het Hoofdwerk niet te handhaven was. Het cancellenraam was weliswaar van eiken, de scheiden waren van vuren. Besloten werd, een nieuwe lade te maken, en daarbij de bruikbare oude onderdelen opnieuw te gebruiken, zodat uiteindelijk in de nieuwe situatie de stokken, roosters, delen van de ventielkast en de ventielen van Leichel opnieuw gebruikt zijn.
De indeling werd verder ook verbeterd. de Mixtuur kwam nu tussen Octaaf 2’ en Trompet in te staan, een Cornet werd toegevoegd die vooraan op de lade werd geplaatst. De Bourdon 16’ is niet meer herplaatst.
De overige laden ondergingen normale herstelwerkzaamheden, de lade van het Bovenwerk werd met één plaats uitgebreid.
De pedaalmechaniek en pedaalkoppel van Van Oosten werden geheel vernieuwd. Het intonatiebeeld onderging herziening, waarbij de opsneden verhoogd werden tot het bij Leichel gangbare beeld.
De klaviatuur, links aan de zijkant, heeft de oorspronkelijke aanleg behouden: klavieren en registerknoppen zijn nog authentiek. Ook de mechanieken van de beide manualen zijn voor een groot gedeelte oud, voor het Hoofdwerk werd overigens wel een verstelbare winkelbalk aangebracht.
Adviseur bij de restauratie was Willem Hülsmann, namens de Orgelcommissie van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Dispositie:

Hoofdwerk: C – f3 Prestant 8′, Viola di Gamba 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Mixtuur 3-4 st, Cornet 4′, Trompet 8′.
Bovenwerk: C – f3 Holpijp 8′, Roerfluit 4′, Nasard 3′, Fluit 2′.
Pedaal: C – d1 Subbas 16′, Octaafbas 8′.
Koppelingen: Klavierkoppel, Pedaalkoppel.