Langenargen, Katholische Pfarrkirche Sankt Martin

Foto: Kalenderblad

Het orgel in de Sankt Martinskirche te Langenargen werd oorspronkelijk gebouwd door Franz Anton Kiene in 1828, samen met zijn zoon Johann Nepomuk. Het had twee manualen (C-f”’) en pedaal (C-e) met 20 stemmen. Hij heeft gebruik gemaakt van grote delen van het front van het orgel uit de oude parochiekerk bij de begraafplaats, en een positief dat van elders was aangekocht. In 1936 bouwden de gebroeders Späth een nieuw electro-pneumatisch kegelladen-orgel met 23 stemmen in de oude kassen. Dit is in 1978 weer vervangen door een sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur van Winfried Albiez. Dit orgel (Opus 36) heeft drie manualen en 41 stemmen.Op 1 oktober 1978 is het nieuwe instrument in gebruik genomen. In 1986 is de intonatie van het orgel door Eppo Ottes herzien.

Dispositie:

HAUPTWERK: C – g3 (56 TOETSEN) Pommer 16′, Praestant 8′, Gemshorn 8′, Bordun 8′, Oktav 4′, Rohrflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Oktav 2′, Cornet V fach (vanaf fis°), Mixtur V fach, Trompete 16′, Trompete 8′.
KRONPOSITIV: C – g3 (56 TOETSEN) Quintadena 8′, Rohrgedackt 8′, Principal 4′, Koppelflöte 4′, Oktav 2′, Larigot 1 1/3′, Sesquialtera II fach, Scharf IV fach, Cromorne 8′, Tremulant.
SCHWELLWERK: C – g3 (56 TOETSEN) Holzflöte 8′, Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Bleigedackt 8′, Principal 4′, Holztraverse 4′, Nasat 2 2/3′, Nachthorn 2′, Blockflöte 1 3/5′, Sifflöte 8/9′, Plein Jeu V fach, Cymbel III fach, Basson 16′, Hautbois 8′, Vox Humana 8′, Trichterschalmei 4′, Tremulant.
PEDALWERK: C – f1 (30 TOETSEN) Untersatz 16′, Subbass 16′, Oktavbass 8′, Spillflöte 8′, Choralbass 4′, Gedacktflöte 4′, Oktavin 2′, Zink II fach (5 1/3′ en 3 1/5′), Rauschpfeife IV fach, Bombarde 16′, Posaune 8′.
SPEELHULPEN: 8 Setzerkombinationen.