Langenau, Evangelische Martinskirche (Obere Kirche)

Foto’s: Onbekend

  • In de jaren 1751-1753 bouwde Georg Friedrich Schmahl een nieuw orgel voor de Martinskirche in Langenau (Baden-Württemberg). Het was een orgel met zestien of achttien stemmen en stond opgesteld op de tweede (bovenste) galerij van de kerk. In 1892 verkeerde het orgel in onbespeelbare toestand. Besloten werd om het te laten vervangen door een nieuw orgel. In 1905 werd een contract gesloten met de firma Gebr. Link voor de bouw van een nieuw instrument, waarbij het front van Schmahl behouden zou blijven. In hetzelfde jaar werd het kerkgebouw ook ingrijpend gerestaureerd. De bovenste galerij is daarbij afgebroken. Het orgel werd dan ook bij de herplaatsing op de onderste galerij geplaatst. Het nieuwe instrument van Link had 31 stemmen, verdeeld over twee manualen en pedaal. Het instrument werd begin 1907 opgeleverd.
  • In de jaren 1964-1966 is het orgel door de firma Link herbouwd volgens plannen van Helmut Bornefeld. Een deel van het oude pijpwerk werd na een herintonatie opnieuw gebruikt, evenals de kegelladen en de kas van Schmahl. Om meer ruimte te creëren werden de beide middenvelden verbreed. Het orgel werd op 22 september 1966 in gebruik genomen met een concert, waaraan adviseur Helmut Bornefeld als organist meewerkte.
  • In 2013 is het binnenwerk van Link gesloopt. Er is een nieuw drieklaviers orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur gebouwd door de firma Orgelbau Lenter. Het front van Schmahl is gerestaureerd en opnieuw geschilderd in een groene tint. Het pijpwerk van vier registers en twee kegelladen uit 1907 van Link werden hergebruikt. De ene kegellade is gebruikt bij het Schwellwerk, de andere voor het Großpedal. De twee nieuwe windladen voor Hauptwerk en Positiv zijn sleepladen.

Dispositie:

Hauptwerk: C – a3 Borduen 16′ – 1907, Principal 8′, Viola di Gamba 8′, Holz Flöthen 8′, Octava 4′, Flöthen 4′, Quinta 3′, Super Octava 2′, Mixtura 4-5 fach (1′), Scharff 3 fach (1 1/3′), Trompet 8′.
Positiv: C – a3 Quintathen 8′, Groß Gedackt 8′, Principal 4′, Flûte Douce 4′, Nassat 2 2/3′, Wald Flöthen 2′, Terz 1 3/5′, Cymbel 2 fach (1′), Vox Humana 8′, Tremulant I/II.
Schwellwerk: C – a3 Geigenprincipal 8′, Salicional 8′, Voix Céleste 8′, Lieblich Gedeckt 8′, Harmonieflöte 8′, Traversflöte 4′, Basson 16′, Trompette Harmonique 8′, Oboe 8′, Clarinette 8′, Tremulant.
Pedal: C – f1 Principal Baß 16′ – 1907, Sub Baß 16′ – 1907, Quinta Baß 10 2/3′ – 1907, Flöthen Baß 8′, Octava Baß 8′, Tenor Octava 4′, Posaunen Baß 16′, Trompet Baß 8′.
Koppelingen: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Positiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positiv, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Schwellwerk 4′, Schwellwerk 16′, Schwellwerk 4′.
Speelhulpen: Setzer-Kombinationen, Feste Kombinationen, Crescendo, MIDI.