Leerdam, Grote Kerk, Hoofdorgel

De dispositie van het Witte-orgel: (1854)

Hoofdwerk: (C-f3)
Prestant 16
Prestant 8
Bourdon 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 3-5
Cornet 5D
Trompet 8

Bovenwerk: (C-f3)
Prestant 8
Roerfluit 8
Viola 8
Salicet 4
Roerfluit 4
Gemshoorn 2
Dulciaan 8

Pedaal: (C-d1)
Subbas 16
Octaafbas 8
Octaaf 4
Trombone 8

Koppelingen: Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk.
Speelhulpen: Ventiel.