Leiden, Marekerk

Foto’s en info: Willemijn Hissink © 2011

In 1560 Bouwde Pieter Jansz. de Swart een koororgel voor de Pieterskerk in Leiden. In 1629 en 1717 werd het instrument door resp. Jan Jakobs van Lin en Johannes Duyschot uitgebreid en gerepareerd. In 1733 plaatste Rudolf Garrels het instrument over en breidde het orgel uit tot een tweemanuaals instrument met pedaal.In 1781 is het gehele orgel gerestaureerd door Hess waarna in 1869, 1897 en 1925 diverse verbouwingen plaats vonden. In 1925 werd de tractuur pneumatisch gemaakten de sleepladen vervangen door kegelladen. Flentrop restaureerde het orgel in 1967 en herstelde daarbij de mechanische tractuur. In 1980 verving Flentrop bijna al het pijpwerk van de Roerfluit 2.Verschueren restaureerde het orgel in de jaren 2008-2009. Op 23 januari 2010 werd het orgel opnieuw in gebruik genomen met een concert door Henk Gijzen en Jaap den Hertog die tevens adviseur tijdens de restauratie was.

De dispositie:

Hoofdwerk: C – f3 Praestant 8′ – 1560/1629, Bourdon 8′, Octaaf 4′, Quint 3′ – 1560/1629, Superoctaaf 2′, Mixtuur IV-VI sterk (1 1/3′) – 1560/1629/1965, Scherp II – III sterk (1/2′) – 1965, Trompet 8′ – 1965.
Bovenwerk: C – f3 Holpijp 8′, Quintadeen 8′, Praestant 4′ – 1560/1629, Fluit 4′, Nasard 3′ – 1733/1965, Gemshoorn 2′, Sifflet 1′, Sexquialter II sterk (2 2/3′ + 1 3/5′) discant – 1550/1965, Kromhoorn 8′ – 1965, Tremulant.
Borstwerk: C – f3 Gedekt 8′, Gedektfluit 4′, Praestant 2′ – 1560/1965, Roerfluit 2′ – 1560/1980, Cimbel I sterk (1/4′) – 1965, Regaal 8′ – 1965, Tremulant.
Pedaal: C – f1 Bourdon 16′, Praestant 8′ – 1781/1965, Gedekt 8′, Octaaf 4′ – 1733/1781, Fagot 16′ – 1965, Trompet 8′ – 1965
Koppelingen: Hoofdwerk – Bovenwerk, Hoofdwerk – Borstwerk, Pedaal – Hoofdwerk