Leuven, Lemmeninstituut, Marcussenorgel

Foto’s: Dick Sanderman © 2006

De dispositie van het Marcussen-orgel: (1979; Werckmeister III-stemming)

Hoofdwerk: C – g3 
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Koppelfluit 4
Octaaf 2
Mixtuur IV-V sterk
Trompet 8

Bovenwerk: C – g3 
Holpijp 8
Prestant 4
Spitsfluit 4
Woudfluit 2
Sesquialter II sterk
Scherp III-IV sterk
Dulciaan 8
Tremulant

Borstwerk: C – g3 
Gedekt 8
Roerfluit 4
Gedektfluit 2
Nazard 1 1/3
Octaaf 1
Regaal 8
Tremulant

Pedaal: C – f1 
Subbas 16
Octaaf 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Mixtuur IV sterk
Fagot 16
Trompet 8

Koppelingen: Hoofdwerk – Bovenwerk, Hoofdwerk – Borstwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk, Pedaal – Borstwerk en Pedaal – Bovenwerk 4′