Liège, Église Saint-Jacques

Foto’s: Stefan Braun (Köln) © 2026

Guido Schumacher bouwde tussen 1995 en 1998 een orgel in renaissance-stijl in de klassieke orgelkas in de Saint-Jacques te Luik. Deze kas werd gemaakt door Nicolas Niehoff of Florent Hocquet in 1600. Dit oude orgel werd in 1669 gewijzigd en uitgebreid door André Severin. Het binnenwerk is echter in 1854 gesloopt, waarna Arnold Clerinx een nieuw orgel in de kas plaatste. Het orgel van Clerinx met 44 stemmen, het grootste werk van Clerinx, met drie klavieren en pedaal, werd in 1965 gedeeltelijk afgebroken. Het pijpwerk werd geheel verwijderd. Rond 1990 werd het binnenwerk verder ook afgebroken, pijpwerk werd hergebruikt bij de herbouw van het orgel van de kerk in Maasmechelen. Schumacher heeft bij de nieuwbouw getracht een orgel te bouwen dat bij de bouwtijd van de orgelkas past. De toonhoogte is a’ = 440 Hz. De stemmingstemperatuur is middentoon. De winddruk is 75 mm.

Dispositie

HAUPTWERK (CDEFGA – d3) 47 TOETSEN: Praestant 16′ – discant dubbelkorig, Octava 8′ – vanaf c° dubbelkorig, Gedact 8′, Octava 4′ – dubbelkorig, Quinta 3′, Superoctava 2′, Mixtur 2-8 fach, Scharp 4-12 fach, Vox Humana 8′.
RÜCKPOSITIV (FGAB-d3) 49 TOETSEN: Praestant 8′ – vanaf c° dubbelkorig, Quintadehna 8′, Octava 4′ – dubbelkorig, Klein Holpipe 4′, Siflöit 1 1/3′, Mixtur 3-6 fach, Scharff 3-5 fach, Regal 8′, Schalmey 4′.
OBERWERK (CDEFGA – d3) 47 TOETSEN: Praestant 8′ – vanaf c° dubbelkorig, Hohlpipe 8′, Oktave 4′ – dubbelkorig, Flöite 4′, Nasat 3′, Gembshorn 2′, Terzflöit 1 3/5′, Siflöit 1′, Zimbel 3 fach, Trommete 8′, Zincke 8′ (a°-d”’).
PEDAL (CD – d1) 26 TOETSEN: Praestant 16′ – transmission, Untersatz 16′, Octava 8′, Nachthorn 2′, Buerflöit 1′, Trommete 8′.
OVERIGE REGISTERS: Nachtigall, Zimbelstern.
KOPPELINGEN: Rückpositiv – Oberwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Oberwerk.
SPEELHULPEN: Tremulant.