Foto 1: Tjalling Roosjen © 2009
Foto’s 2-6: Stefan Braun (Köln) © 2026
De firma Marcussen & Søn bouwde in 1970 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Domkirche in Lübeck. Het vorige orgel van deze kerk was in de Tweede Wereldoorlog verwoest. Het nieuwe orgel had oorspronkelijk de dispositie van het Arp Schnitger-orgel dat tot 1892 in de kerk stond, maar is in 1998 uitgebreid met een Nachtigall en een Zimbelstern.
In 2022 voerde de orgelwerkplaats Mühleisen (Leonberg, Duitsland) een renovatie van het orgel uit; onder meer werd een modern combinatiesysteem geïnstalleerd en werden twee tongstemmen in het rugpositief opnieuw geïntoneerd. Sinds de bouw beschikt het orgel over 3 manualen, 47 stemmen en een vrij pedaal op sleepladen met mechanische toets- en elektrische registertractuur.
Dispositie:
HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN (10 STEMMEN): Prinzipal 16′, Oktave 8′, Spitzflöte 8′, Oktave 4′, Nachthorn 4′, Spitzquinte 2 2/3′, Oktave 2′, Mixtur 6-7 fach, Zimbel 4 fach, Trompete 8′ – en chamade.
RÜCKPOSITIV (C – g3) 56 TOETSEN (12 STEMMEN): Prinzipal 8′, Gedackt 8′, Quintatön 8′, Oktave 4′, Rohrflöte 4′, Oktave 2′, Waldflöte 2′, Stiftflöte 1 1/3′, Sesquialtera 2 fach, Scharff 6 fach, Dulcian 16′, Krummhorn 8′, Tremulant.
OBERWERK (C – g3) 56 TOETSEN (13 STEMMEN): Gedackt 16′, Rohrflöte 8′, Spitzgambe 8′, Schwebung 8′, Prinzipal 4′, Querflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Gemshorn 2′, Terz 1 3/5′, Mixtur 5 fach, Glockenzimbel 2 fach, Trompete 8′, Vox Humana 8′, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN (12 STEMMEN): Prinzipal 16′, Subbaß 16′, Quinte 10 2/3′, Oktave 8′, Gedackt 8′, Oktave 4′, Nachthorn 2′, Mixtur 6 fach, Posaune 16′, Fagott 16′, Trompete 8′, Zink 4′.
OVERIGE REGISTERS: Nachtigall – 1998, Zimbelstern – 1998.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Oberwerk, Rückpositiv – Oberwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Oberwerk.
SPEELHULPEN: Setzeranlage – 1993.





