Maassluis, Grote Kerk

Foto’s: Wim de Penning

De dispositie van het Garrels-orgel: (1732)

Hoofdwerk:
Prestant 16
Octaaf 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Nachthoorn 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 4-6 sterk
Scherp 4 sterk
Cornet 4 sterk
Dulciaan 16
Trompet 8
Tremulant
Rugwerk:
Prestant 16 D
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Roerfluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Woudfluit 2
Mixtuur 4-6 sterk
Sexquialter 3 sterk D
Trompet 8
Tremulant
Bovenwerk:
Baarpijp 8
Holpijp 8
Viola 8
Quintadeen 8
Prestant 4
Fluit 4
Nasard 3
Octaaf 2
Sifflet 1
Mixtuur 4-5 sterk
Tertiaan 2 sterk
Trompet 8
Dulciaan 8
Vox Humana 8
Tremulant
Pedaal:
Open subbas 16
Bourdon 16
Roerquint 12
Octaaf 8
Octaaf 4
Mixtuur 5 sterk
Bazuin 32
Bazuin 16
Trompet 8
Trompet 4
 

 

Koppelingen: Pedaal – Hoofdwerk, Hoofdwerk – Bovenwerk, Hoofdwerk – Rugwerk.