Mariendrebber, Evangelisch-Lutherische Kirche Sankt Marien und Pankratius

Bron foto: Festschrift 1991

Het orgel in Mariendrebber is in 1658-1659 gebouwd door Berend Huß. In 1721 voerde Christian Vater herstelwerkzaamheden uit nadat het instrument brandschade had opgelopen. J.A. Zuberbier heeft het orgel in 1778 gerestaureerd. De Gebr. Haupt hebben het in 1857 uitgebreid met een zelfstandig pedaal, waarvoor de orgelkas aan weerszijden werd vergroot. De dispositie van de manualen werd door hen ingrijpend gewijzigd. Nadat tijdens de Eerste Wereldoorlog de frontpijpen waren gevorderd, zijn deze in 1927 door de Gebr. Rohlfing vernieuwd. In 1963 voerde Hans Wolf een “restauratie” uit waarvan de kwaliteit volgens genoemd Festschrift “liederlijk” was. In 1990-1991 restaureerde de firma Gebr. Hillebrand (Hannover-Isernhagen) het orgel opnieuw, waarbij klaviatuur, tractuur, dispositie en intonatie gereconstrueerd worden. Adviseur bij deze werkzaamheden was Uwe Droszella, die het orgel bij de inwijding op 20 oktober 1991 ook bespeeld heeft. Behalve veel pijpwerk en de orgelkas zijn ook de vier spaanbalgen en de windladen (Oberwerk: springlade) bewaard gebleven. Het orgel heeft een gemodificeerde 1/5 komma stemming en de winddruk is 80,3 mm waterkolom.

Dispositie:

Oberwerk: CDEFGA – c3 Gedackt 8′, Quintade 8′, Principal 4′, Rohrflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Oktave 2′, Scharf-Quint 1 1/2′, Mixtur 3 fach – 1991, Trompete 8′ – 1991.
Brustwerk: CDEFGA – c3 Gedackt 8′, Flöte 4′, Oktave 2′, Waldflöte 2′ – 1991, Quinte 1 1/3′ – 1991, Sesquialtera 2 fach, Krummhorn 8′ – 1991.
Pedal: C – d1 Subbaß 16′, Principal 8′, Violon 8′ – 1991, Oktave 4′, Posaune 16′.
Koppelingen: Manualkoppel.