Foto’s: Stefan Braun (Köln) © 2026
Dit orgel, gebouwd tussen 1736 en 1738 door Johann Patroclus Möller (D-Lippstadt) in opdracht van de abt van de toenmalige benedictijnenabdij Marienmünster, is zijn best bewaarde orgel: 22 registers zijn nog compleet en 14 andere zijn gedeeltelijk bewaard gebleven (allemaal linguale registers). Het klooster werd in 1803 opgeheven en de abdijkerk werd parochiekerk. Dat het orgel niet werd aangepast aan de smaak van die tijd is te danken aan organist Albert Bollens, die het maar liefst 53 jaar lang, vanaf 1841, tegen dergelijke veranderingen beschermde. Aanpassingen die typerend waren voor die tijd werden pas in 1921 door Anton Feith (D-Paderborn) en in 1966/67 door Franz Breil (D-Dorsten) doorgevoerd. Van 2010 tot 2012 werd een grondige restauratie uitgevoerd door Manufacture d’orgue Muhleisen (F-Strasbourg) met als doel het orgel in een toonbare originele staat terug te brengen, met uitzondering van het windkastsysteem – de “Springlade” werd niet hersteld; de sleeplade die sinds 1921 in gebruik was, werd behouden. Ongelijkzwevende temperatuur (reductie van een quint door 1/6 komma). Winddruk 65 mm WS. III / 44 P.
Die Disposition der Johann Patroclus Möller-Orgel: (1738)
II. HAUPTWERK (CD – c3) 48 TOETSEN: Principal 16′, Octav 8′, Gemshorn 8′, Viola di Gamba 8′, Quinte 5 1/3′, Oktave 4′, Flöte Duis 4′, Tertia 3 1/5′, Sesquialtera 3 fach, Cornett 3 fach, Mixtur 5 fach, Cimbal 4 fach, Trompete 8′, Vox Humane 8′.
I. RÜCKPOSITIV (CD – c3) 48 TOETSEN: Principal 8′, Gedact 8′, Octav 4′, Röhrflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Quintflöte 2 2/3′, Super-Oktav 2′, Waldflöte 1′, Sesquialtera 2 fach, Mixtur 4 fach, Fagott 16′, Hautbois 8′, Tremulant.
III. BRUSTWERK (CD – c3) 48 TOETSEN: Quintadena 8′, Flöte Traverso 4′, Gedact 4′, Octav 2′, Quinte 1 1/3′, Flageolett 1 1/3′, Mixtur 3 fach, Krummhorn 8′, Tremulant.
PEDAL (C – d1) 27 TOETSEN: Prinzipal 16′, Subbaß 16′ – 2012, Oktavbaß 8′, Gedectbaß 8′ – 2012, Nachthorn 4′, Choralflöte 1′, Mixtur 6 fach, Posaune 16′, Trompete 8′, Cornett 2′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Rückpositiv.






