Bron foto: Ansichtkaart
De fraaie abdij van Melk werd gebouwd van 1702 tot 1736 onder leiding van Jakob Prandtauer. De jonge orgelmaker Gottfried Sonnholz heeft een orgel in de kerk gebouwd. Het binnenwerk hiervan is in 1929 door Josef Panhuber vervangen door een pneumatisch instrument. In 1970 heeft Hradetzky dit vervangen door een nieuw mechanisch binnenwerk, hierbij geadviseerd door Hans Haselböck. In 2005 heeft de firma Karl Schuke een restauratie uitgevoerd onder advies van Bernhard Althaus. Hierbij werd een moderne Setzerinstallatie geplaatst. Het pijpwerk werd opnieuw geïntoneerd. Tenslotte is er op het Schwellwerk een Montre 8′ geplaatst in plaats van de Holzflöte 8′.
Dispositie:
Hauptwerk: C – g3 Gedackt 16′, Prinzipal 8′, Spitzflöte 8′, Oktave 4′, Hohlflöte 4′, Superoktave 2′, Mixtur, Zimbel, Trompete 16′, Trompete 8′.
Positiv: C – g3 Quintadena 8′, Gedeckt 8′, Prinzipal 4′, Rohrflöte 4′, Oktave 2′, Blockflöte 2′, Quinte 1 1/3′, Sesquialtera II fach, Scharf, Krummhorn 8′.
Schwellwerk: C – g3 Montre 8′ – 2005, Gamba 8′, Bourdon 8′, Prästant 4′, Flûte 4′, Nasard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Plein-Jeu, Zimbel, Bombarde 16′, Trompete 8′, Hautbois 8′, Clairon 4′, Tremulant.
Pedal: C – f1 Prinzipal 16′, Subbass 16′, Quintbass 10 2/3′, Oktavbass 8′, Gemshorn 8′, Choralbass 4′, Nachthorn 2′, Rauschpfeife, Posaune 16′, Trompete 8′, Schalmei 4′.
Koppelingen: Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Positiv, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Positiv.
Speelhulpen: Setzerkombinationen – 2005, Hauptwerk Pleno, Pedal Labialstimmen, Pedal Zungen.
