München, Sankt Ludwigkirche

Foto: Bram Luteyn © 2019

Het grote orgel in de Sankt Ludwig in München (Bayern) werd in 1960 op initiatief van de kerkmusicus en muziekdirecteur in Sankt Ludwig (1950 – 1987) Rudolf Thomas gebouwd. Het instrument is gebouwd door de Hamburger firma Rudolf von Beckerath. Het sleepladen-orgel bezit 54 klinkende registers verdeeld over 4 manualen en pedaal. De tractuur van het orgel is rein mechanisch. Bij een restauratie en schoonmaakbeurt in 1998, werd het orgel voorzien van een Setzersysteem. Vandaag de dag is dit orgel één van de belangrijkste en fraaiste orgels van Zuid-Duitsland. Naast werken van J.S. Bach en Noord-Duitse Barok (D. Buxtehude, N. Bruhns) is het orgel zeer geschikt voor de uitvoering van het werk van de grote Franse componist Olivier Messiaen.

Dispositie:

I Rückpositiv C–g3: 1. Principal 8′, 2. Rohrflöte 8′, 3. Octav 4′, 4. Koppelflöte 4′, 5. Quintflöte 2⅔’, 6. Octav 2′, 7. Terz 1⅗’, 8. Quint 1⅓’, 9. Scharf V, 10. Dulzian 16′, 11. Bärpfeife 8′
II Hauptwerk C–g3: 12. Principal 16′, 13. Octav 8′, 14. Gedeckt 8′, 15. Octav 4′, 16. Quint 2⅔’, 17. Octave 2′, 18. Mixtur VI, 19. Scharf IV, 20. Trompete 16′, 21. Spänische Trompete 8′, 22. Spänische Trompete 4′, Tremulant
III Oberwerk C–g3: 23. Holzflöte 8′, 24. Gemshorn 8′, 25. Gemshorn-Schwebung 8′, 26. Principal 4′, 27. Rohrflöte 4′, 28. Nasat 2⅔’, 29. Waldflöte 2′, 30. Mixtur IV-VI, 31. Cornett III-V, 32. Englisch Horn 16′, 33. Oboe 8′, Tremulant
IV Brustwerk C–g3: 34. Holzgedackt 8′, 35. Holzprincipal 4′, 36. Gemshorn 2′, 37. Nasat 1⅓’, 38. Sifflöte 1′, 39. Terzian II, 40. Quintzimbel III-IV, 41. Krummhorn 8′, Tremulant
Pedal C–f1: 42. Principal 16′, 43. Subbass 16′, 44. Octav 8′, 45. Spitzgedackt 8′, 46. Quint 10⅔’, 47. Metallflöte 4′, 48. Nachthorn 2′, 49. Rauschpfeife III, 50. Mixtur VI, 51. Posaune 16′, 52. Trompete 8′, 53. Trompete 4′.

Het orgel heeft diverse koppels en speelhulpen.