München, Schwanthalerhöhe, Katholische Stadtpfarrkirche Sankt Rupert

Foto’s: Malte Blaß © 2016

In 1887 bouwde Franz Borgias März een orgel met 25 stemmen voor de Odeon-concertzaal in München. Voor deze zaal werd in 1905 een groter orgel gebouwd door Walcker. Het orgel van März is daarna naar de in 1905 in gebruik genomen Sankt Rupertkirche aan de westkant van de stad overgeplaatst. Deze kerk was in de jaren 1901-1903 gebouwd op de Schwanthalerhöh’ en is ontworpen door de architect Gabriel von Seidl. De overplaatsing van het orgel werd door Franz Borgias März zelf uitgevoerd. Hij was lid van de parochie. Hij bouwde het orgel om van mechanisch naar pneumatisch en breidde de dispositie met drie stemmen uit. In 1907 is het orgel in gebruik genomen. Ingrijpend was de ombouw van 1933 door Magnus Schmid. Hierbij is het oude front verwijderd en door een moderne open opstelling vervangen. De dispositie breidde hij uit tot 37 stemmen en ook technisch werd er veel veranderd. Het orgel overleefde de Tweede Wereldoorlog zonder beschadigingen. In 1997 voerde Jean-Paul Edouard een restauratie uit. Uitgangspunt was het herstel van de dispositie uit 1907 met behoud van enkele zinvolle uitbreidingen uit 1933. In de jaren 2001-2003 voerde Stefan Niebler een complete herintonatie uit.

Dispositie:

Hauptwerk: C – f”’  Schwellwerk: C – f”’  Pedal: C – d’ (Koppeln bis f’) Koppelingen:  
Principal 16′ – 1997 Rohrgedeckt 16′ – 1933; gec. met Nachthorn 8′ Principalbass 16′ Hauptwerk – Schwellwerk  
Bourdon 16′ Geigenprincipal 8′ Violonbass 16′ Hauptwerk – Schwellwerk Super  
Principal 8′ Dolce 8′ Subbass 16′ Hauptwerk – Schwellwerk Sub  
Gamba 8′ Aeoline 8′ Quintbass 10 2/3′ – 1997 Pedal – Hauptwerk  
Tibia 8′ Vox Coelestis 8′ Octavbass 8′ Pedal – Schwellwerk  
Gedeckt 8′ Flöte 8′ Cello 8′ Pedal – Schwellwerk Super  
Salicional 8′ Lieblich Gedeckt 8′ Posaune 16′ – 1905 Schwellwerk Super  
Octav 4′ Nachthorn 8′ – 1933     Schwellwerk Sub  
Traversflöte 4′ Fugara 4′        
Octav 2′ Dolcissimo 4′     Speelhulpen:  
Cornett 3 fach (2 2/3′) – 1997 Rohrflöte 4′ – 1933; gec. met Nachthorn 8′     1 freie Kombination  
Mixtur 4 fach (2 2/3′) Bachflöte 2′ – 1933     5 feste Kombinationen (pp – p – mf – f – tutti)
Trompete 8′ – 1997 Sesquialter 2 fach (2 2/3′) – 1933     Pedalpiano (einstelbar)  
    Echomixtur 3 fach (2′) – 1997     Zungen Ab  
    Trompete 8′ – 1997     Crescendo  
    Oboe 8′ – 1933        
    Clarinette 8′ – 1997        
    Vox Humana 8′ – 1933; in eigen zwelkast        
    Tremolo