Münster, Domkirche Sankt Paulus, Auxiliarwerk

Foto’s: Stefan Braun (Köln) © 2026

In 2002 heeft de firma Klais Orgelbau het hoofdorgel gereviseerd van de Dom te Münster (Nordrhein Westafalen) Duitsland, dat in 1987 door dezelfde firma was gebouwd. Op een galerij aan de westgevel werd tegelijkertijd een nieuw orgel gebouwd, een Auxiliarwerk met 14 stemmen. Dit instrument heeft een eigen speeltafel, maar kan ook worden bespeeld vanaf de speeltafel van het hoofdorgel. Het is naar keuze bespeelbaar op het eerste, tweede en derde manuaal, en er zijn ook suboctaaf- en octaafkoppels aangelegd. Het Auxiliarwerk kenmerkt zich door een krachtige klank, veroorzaakt door wijde mensuren met een relatief hoge winddruk. De drie registers Tuba Episcopalis hebben zelfs een winddruk van 450 mm. De stemmingstemperatuur is gelijkzwevend. De winddruk is 90 mm met uitzondering van de 3 Tuba registers. De toonhoogte is a’ = 440 Hz. Het sleepladen-orgel heeft elektrische tractuur.

De dispositie:

MANUAL (C – a3) 58 TOETSEN: Principal 8′, Gamba 8′, Gedacktflöte 8′, Octave 4′, Rohrflöte 4′, Superoctave 2′, Cornet 5 fach, Mixtur 5 fach, Trompete 8′, Tuba Episcopalis 16′, Tuba Episcopalis 8′, Tuba Episcopalis 4′.
PEDAL (C – g1) 32 TOETSEN: Subbaß 16′, Posaune 16′.
KOPPELINGEN: Pedalkoppel.