Mussel, De Ark

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2013

Het mechanische sleepladen-orgel van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Mussel (Groningen) is in 1962 gebouwd voor het vorige kerkgebouw. De firma Fonteyn & Gaal leverde het instrument, maar voor de mechanieken werd een beroep gedaan op de firma Van den Berg & Wendt. Het orgel had één klavier en aangehangen pedaal. Adviseur bij de bouw was dhr. A.P. Oosterhof. In 1975 plaatste Hendriksen & Reitsma het instrument over naar het huidige kerkgebouw. Bij deze gelegenheid werd de windvoorziening vernieuwd, de intonatie aangepast en kreeg het pedaal een zelfstandige Subbas 16′. In 1988 breidde dezelfde firma het orgel uit met een rugpositief met vijf stemmen. De oude Nasard kreeg een plaats op dit rugwerk, terwijl op het hoofdwerk een nieuwe Sesquialter werd geplaatst. Ook is de deling van de Holpijp en de Roerfluit ongedaan gemaakt. Op 2 juli 1988 gaf Piet Wiersma een heringebruiknemingsconcert.

Dispositie:

Hoofdwerk: C – g3 Prestant 8′, Holpijp 8′, Quintadeen 8′, Octaaf 4′, Roerfluit 4′, Octaaf 2′, Sesquialter I-II sterk – 1988, Mixtuur IV sterk.
Rugwerk: C – g3 Gedekt 8′ – 1988, Prestant 4′ – 1988, Nasard 3′, Woudfluit 2′ – 1988, Dulciaan 8′ – 1988, Tremulant.
Pedaal: C – d1 Subbas 16′ – 1975.
Koppelingen: Hoofdwerk – Rugwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Rugwerk.