Naarden, Grote of Sint Vituskerk, Hoofdorgel

Foto’s: Wim Verburg – 2003

In 1862 bouwde Christian Gottlieb Friedrich Witte een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met circa 2700 pijpen, 45 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal voor de Grote Kerk aan de Sint Annastraat 1 in Naarden (Noord-Holland). Het vervangt het in zeer slechte staat verkerende oude orgel, dat in aanleg uit 1520 dateerde. Op 28 september 1862 vond de officiële ingebruikname plaats. J.G. Bastiaans, organist van de Grote of Sint Bavokerk te Haarlem (Noord-Holland), heeft het instrument drie dagen eerder gekeurd. Hij was sinds 1860 als adviseur betrokken geweest bij de bouw. De organist van de kerk in Naarden, dhr. V.P. Schoonderbeek, heeft in de middag van 28 september 1862 het eerste concert op het nieuwe orgel gegeven. Het is het laatste orgel dat Witte gebouwd heeft met een rugpositief. Het instrument bleef sinds de bouw vrijwel zonder wijzigingen bewaard.

De Hervormde Orgel Commissie adviseerde in 1966 het orgel te vervangen of ongewijzigd te handhaven. Een jaar later werd het door De Koff gedemonteerd en opgeslagen in verband met een langdurige restauratie van de kerk. Besloten werd weer te herplaatsen het na de restauratie.

In 1978/1979 heeft Flentrop een grondige restauratie uitgevoerd  en het orgel weer opgebouwd in het kerkgebouw, waarbij de enkele kleine wijzigingen die wel waren uitgevoerd weer ongedaan werden gemaakt. Op 8 september 1979 werd het gerestaureerde instrument weer in gebruik genomen. Tijdens deze restauratie moest de windvoorziening in de orgelkas worden geplaatst, omdat de toren bij de kerkrestauratie was gereconstrueerd in de oorspronkelijke toestand. De balgenkamer moest daardoor worden verwijderd. In de kas bleek nog voldoende ruimte om het tweede klavier als bovenwerk te plaatsen.

In 2021 is een restauratie begonnen door de firma Adema’s Kerkorgelbouw.

De dispositie van het Witte-orgel: (1862)

HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 16, Prestant 8, Bourdon 8, Gemshoorn 8, Quint 6, Octaaf 4, Open fluit 4, Quint 3, Octaaf 2, Mixtuur 4 st., Cornet 5 st., Trompet 16, Trompet 8.
POSITIEF (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 16 D, Bourdon 16 B, Prestant 8, Roerfluit 8, Fluit travers 8, Octaaf 4, Fluit 4, Nazard 3, Woudfluit 2, Mixtuur 3 st., Cornet 4 st., Fagot 16, Trompet 8.
RECIET (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 8, Holfluit 8, Viola 8, Fluit angelica 8, Salicet 4, Roerfluit 4, Gemshoorn 2, Echo Trompet 8, Clarinet 8.
PEDAAL (C – e1) 29 TOETSEN: Prestant 16, Subbas 16, Violon 16, Octaaf 8, Violon 8, Quint 6, Octaaf 4, Bazuin 16, Trombone 8, Cornet 4 (tongwerk).
KOPPELINGEN: Hoofdwerk aan Pedaal, Rugwerk aan Hoofdwerk, Bovenwerk aan Hoofdwerk

SPEELHULPEN: Ventiel, Calcant.