Neuenkleusheim, Katholische Pfarrkirche Sankt Georg

In 1660 liet men voor de kloosterkerk in Drolshagen een nieuw orgel bouwen, dat in 1663 voltooid was. Het is niet bekend wie het instrument gebouwd heeft. In 1785 werd in Drolshagen een nieuw groter orgel gebouwd. Het oude bleef nog aanwezig in de kerk tot de opheffing van het klooster in 1804. Hierna is het mechanische sleepladen-orgel door de landgraaf van Hessen aan de parochie van Neuenkleusheim (Nordrhein-Westfalen) geschonken. In 1827 is een nieuwe kerk in gebruik genomen in Neuenkleusheim, waar het orgel in werd geplaatst door Christian Roetzel. Deze verbouwde het orgel eveneens, maar mogelijk is dat al eerder geschied. Het front werd verbreed en ook gewijzigd. In 1970 is het instrument gerestaureerd door de Gebr. Stockmann. De kas is in oude staat teruggebracht, evenals de vermoedelijk oorspronkelijke dispositie van het manuaal. Het orgel werd wel uitgebreid met een borstwerk en ook het vrije pedaal bleef gehandhaafd.

Dispositie:

Hauptwerk: C-f3 Gedackt 8′, Principal 4′, Flöte 4′, Quinte 3′, Octav 2′, Mixtur 3-4 fach (1 1/3′), Trompete 8′.
Brustwerk: C-f3 Holzgedackt 8′, Rohrflöte 4′, Principal 2′, Quinte 1 1/3′, Octav 1′.
Pedal: C-d1 Subbaß 16′, Gedacktbaß 8′, Octavbaß 4′.
Koppelingen: Hauptwerk – Brustwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Brustwerk.