Neuss, Katholische Pfarrkirche Sankt Josef

Foto’s: Wim van der Kooij © 2025

De orgelmaker Johannes Klais uit Bonn bouwde in 1888 een nieuw orgel in een neogotische kas voor de Sint Josefkerk te Neuss (Nordrhein-Westfalen) Duitsland. Het front was door dhr. Hackenberg uit Keulen ontworpen, die ook verschillende andere interieurstukken voor de kerk heeft gemaakt. Het orgel kon worden bekostigd uit een donatie van Wilhelm Reinartz. Het instrument had twee klavieren en vrij pedaal met volledig mechanische tractuur en sleepladen. In 1917 werden de frontpijpen gevorderd en omgesmolten voor oorlogsdoeleinden. Pas in 1935 werden weer nieuwe pijpen geplaatst, en verder is in dat jaar een elektrische windmachine geplaatst.

De firma Seifert uit Kevelaer kreeg het orgel in onderhoud na de Tweede Wereldoorlog. In 1956 hebben zij de Tuba van het pedaal vervangen door een Choralbaß 4′. Geadviseerd door de Keulse domorganist professor Zimmermann heeft dezelfde firma het instrument in 1978 gedeeltelijk omgebouwd. De tractuur werd elektrisch gemaakt, en verschillende oude registers werden door nieuwe vervangen, om zo het orgel een meer barokke aard te geven. Ook is de intonatie veranderd. De Trompete van Klais werd in 1979 door een nieuw exemplaar van Seifert vervangen.

De speeltafel die door Seifert Orgelbau in 1978 werd geplaatst had vier manualen en pedaal, omdat er plannen waren het orgel mettertijd nog te vergroten. De eerste aanzet hiertoe was in 1982 de plaatsing van een koororgel met vijf stemmen dat in het zuidertransept werd geplaatst en dat ook vanaf de grote speeltafel bespeelbaar was.

In 1993 werd een nieuw plan opgesteld voor de bouw van een groot nieuw orgel met gebruikmaking van de nog aanwezige historische onderdelen. Namens het aartsbisdom Keulen werd Hans-Dieter Möller als adviseur aangesteld, en in samenwerking met het kerkbestuur en Guido Harzen, cantor-organist, heeft men een nieuw ontwerp gemaakt. Dit is door de firma Seifert Orgelbau uitgevoerd. Het nieuwe instrument is op 26 maart 1995 feestelijk in gebruik genomen. Clemens Ganz, organist van de Dom van Keulen, heeft op 2 april 1995 het eerste orgelconcert verzorgd. Het sleepladen-orgel heeft mechanische toetstractuur, elektrische registertractuur, 37 stemmen, 4 manualen en een vrij pedaal.

Dispositie:

HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Bordun 16′ – 1888, Prinzipal 8′ – 1888, Flauto 8′ – 1888, Salizional 8′ – 1888, Oktave 4′ – 1888, Flöte 4′, Quinte 2 2/3′ – 1888, Oktave 2′ – 1888, Mixtur 4 fach, Tremulant – Instelbaar.
SOLOWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Gedackt 8′ – 1978, Rohrflöte 4′, Cornett 4 fach – 1888, Trompete 8′ – 1979, Clairon 4′.
SCHWELLWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Holzflöte 8′, Gamba 8′, Voix Céleste 8′, Singend Prinzipal 4′ – 1888/1978, Flûte Octaviante 4′, Nasarde 2 2/3′, Flöte 2′ – 1888/1978, Terz 1 3/5′, Fourniture 4 fach, Trompette 8′, Hautbois 8′, Voix Humaine 8′, Tremulant – Instelbaar.
CHORORGEL (C – g3) 56 TOETSEN: Gedeckt 8′ – 1982, Venezianerflöte 4′ – 1982, Gemshorn 2′ – 1982, Larigot 1 1/3′ – 1982.
PEDALWERK (C – f1) 30 TOETSEN: Prinzipalbaß 16′, Subbaß 16′ – 1978, Gedacktbaß 16′ – 1982, Offenbaß 8′ – 1978, Bourdon 8′, Oktavbaß 4′ – 1978, Bombarde 16′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Solowerk, Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Chororgel, Suboktavkoppel Hauptwerk – Schwellwerk, Solowerk – Schwellwerk, Solowerk – Chororgel, Schwellwerk – Chororgel, Suboktavkoppel Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Solowerk, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Chororgel, Superoktavkoppel Pedal – Schwellwerk.
SPEELHULPEN: 2 freie Kombinationen, Plenum.