Nîmes, Cathédrale Notre-Dame-et-Saint-Castor, Hoofdorgel

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2018

Het hoofdorgel van de kathedraal in Nîmes is gebouwd in 1643 door de gebroeders Gaspard en André Eustache. Het werd in 1752 door Jean-Esprit Isnard gerestaureerd en uitgebreid met een Clairon 4′ op het pedaal. In deze staat is het bewaard gebleven tot 1845, toen het werd gereviseerd en verbouwd door de firma Daublaine-Callinet. Ingrijpender was de verbouwing door Michel Merklin in 1896. Hij vergrootte het met twintig stemmen, wijzigde de opbouw van het orgel en haalde het rugpositief leeg. De firma Alfred Kern & fils herbouwde het orgel in de jaren 1974-1982, waarbij het oude werk werd gereconstrueerd, aangevuld met negentiende-eeuws materiaal. Het orgel heeft sindsdien 49 stemmen.

Dispositie:

Grand Orgue: C – g3 Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Flûte 4′, Grosse Tierce 3 1/5′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Fourniture 2 rangs, Fourniture 3 rangs, Cymbale 4 rangs, Trompette 8′, Voix Humaine 8′, Clairon 4′.
Positif de Dos: C – g3 Bourdon 8′, Montre 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Plein Jeu 5 à 6 rangs, Cromorne 8′.
Écho-Bombarde Expressif: C – g3 Quintaton 16′, Flûte 8′, Salicional 8′, Unda Maris 8′, Flûte 4′, Principal 4′, Octave 2′, Sesquialtera 2 rangs, Fourniture 4 rangs, Cymbale 4 rangs, Bombarde 16′, Trompette 8′, Clairon 4′.
Récit: c1 – g3 Flûte 8′, Cornet 5 rangs, Trompette en Chamade 8′, Hautbois 8′.
Pédale: C – f1 Principal 16′, Soubasse 16′, Principal 8′, Flûte 8′, Octave 4′, Cor de Nuit 2′, Mixture 4 rangs, Bombarde 16′, Trompette 8′, Clairon 4′.
Couplers: Accouplement du Positif au Grand Orgue, Accouplement du Écho-Bombarde au Grand Orgue, Accouplement du Récit au Grand Orgue, Tirasse Grand Orgue, Tirasse Positif, Tirasse Écho-Bombarde.