Noordwijk-Binnen, Oude Jeroenskerk

Foto’s: Wim Verburg – 2001

De dispositie van het Knipscheer-orgel: (1840)

Hoofdwerk: (C-f3)
Bourdon 16 B/D
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Fluit does 4
Quint 3
Octaaf 2
Terts 1 3/5
Mixtuur 3-4 st.
Cornet 4 st.
Trompet 8 B/D
Bovenwerk: (C-f3)
Prestant 8 B/D
Holpijp 8
Viool di Gamba 8
Prestant 4 B/D
Dwarsfluit 4
Gemshoorn 4
Woudfluit 2
Dulciaan 8
Tremulant

Pedaal: (C-d1)
Subbas 16
Octaaf 8
Fagot 16

Koppelingen: Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk.
Speelhulpen: Tremulant (gehele werk).

Vulstem Samenstelling
Mixtuur III-IV sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c°: 4′ – 2 2/3′ – 2′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′. c”’: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 4′.
Cornet IV sterk discant (Hoofdwerk) c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.