Foto’s: Wim Verburg – 2001
In de Grote Kerk van Noordwijk heeft Hermanus Knipscheer II een nieuw orgel gebouwd in 1840, dat op 8 november in van dat jaar in gebruik is genomen. Het instrument was een geschenk van dominee Gerrit Kuiper, die als emeritus in Noordwijk woonde, en diens vrouw, Anna Cornelia Pennewart. Zij hebben ook een fonds opgericht voor het jaarlijks onderhoud van het orgel. Het werd in 1903/1904 gerestaureerd door Gerrit van Leeuwen. Verder maakte hij een zelfstandig pedaal en vernieuwde hij de trompet van het manuaal. Op het orgel in deze staat gaf Jan Zwart op 9 juli 1937 zijn laatste orgelconcert.
het instrument is in de jaren 1949/1950 gerestaureerd door de firma Van Leeuwen & Zn. De originele windladen werden voorzien van het VEKA-systeem. Ook werd de Gemshoorn 4′ vervangen door een Scherp. De windvoorziening werd gewijzigd, door het vervangen van de spaanbalgen door een magazijnbalg en regulateurbalgen. Op 24 maart 1950 heeft Adriaan Engels de bespeling verzorgd van het orgel bij de ingebruikname. Toen de kerk in 1971 werd gerestaureerd, moest het orgel gedemonteerd worden. Klaas Bolt werd als adviseur aangesteld. De firma Pels & Van Leeuwen plaatsten het orgel in 1975 zonder wijzigingen terug in de kerk. Toch bleef het nodig om het instrument een keer grondig te restaureren.
Onder advies van Aart Bergwerff is het orgel in 1999/2000 gerestaureerd door Flentrop. De dispositie van het pedaal is gewijzigd door het plaatsen van een Fagot 16′ in plaats van de Bourdon 8′, en het instrument werd 1 meter 40 naar voren geplaatst. De ingebruikname vond plaats op 7 juni 2000 met een bespeling door Jaco van Leeuwen en de adviseur. Bij de restauratie is het pedaal in een nieuwe kas geplaatst, en enkele verdwenen Knipscheer-registers werden gereconstrueerd.
De dispositie van het Knipscheer-orgel: (1840)
HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Bourdon 16 B/D, Prestant 8, Holpijp 8, Octaaf 4, Fluit does 4, Quint 3, Octaaf 2, Terts 1 3/5, Mixtuur 3-4 st., Cornet 4 st., Trompet 8 B/D,
BOVENWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 8 B/D, Holpijp 8, Viool di Gamba 8, Prestant 4 B/D, Dwarsfluit 4, Gemshoorn 4, Woudfluit 2, Dulciaan 8, Tremulant.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Subbas 16, Octaaf 8, Fagot 16.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk.
SPEELHULPEN: Tremulant (gehele werk).
| Vulstem | Samenstelling |
| Mixtuur III-IV sterk (Hoofdwerk) | C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c°: 4′ – 2 2/3′ – 2′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′. c”’: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 4′. |
| Cornet IV sterk discant (Hoofdwerk) | c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′. |








