Offenburg, Evangelische Stadtkirche

Foto’s: Bram Luteyn © 2023

  • In 1962 bouwde Georg Friedrich Steinmeyer & Co opus 2035. Een nieuw drieklaviers elektro-pneumatisch sleepladen-orgel met 45 stemmen en een vrij pedaal voor de Stadtkirche in Offenburg (Baden-Württemberg) Duitsland. Een aantal registers werd overgenomen uit het vorige orgel van de kerk, eveneens een instrument van Steinmeyer dat in 1902 was gebouwd. Bij een renovatie in 2001 is het orgel uitgebreid met vijf registers op het Schwellwerk op een aparte windlade. Deze kon worden overgenomen van de Evangelische Kirche in Ottenheim, en was vervaardigd door Steinmeyer. De werkzaamheden werden door Vier Orgelbau uitgevoerd. Drie registers zijn geplaatst uit voorraad van de orgelmaker, en dit zijn romantische stemmen uit het begin van de twintigste eeuw. Enkele registers van het orgel uit 1962 zijn vervangen of gewijzigd. In 2003 heeft Vier een Fagott 16′ geplaatst op het pedaal, waarmee de ombouw voltooid was.
  • In 2021-2022 is begonnen met fondsenwerving voor een grondige restauratie van het orgel. Dit heeft nu 51 stemmen.

Dispositie:

Hauptwerk (C-g3): 56 toetsen Gedeckt 16′ – 1902, Prinzipal 8′, Holzgedeckt 8′ – 1902, Gemshorn 8′ – 1902, Oktave 4′, Rohrflöte 4′ – 1902, Quinte 2 2/3′ – 1902, Superoktave 2′, Cornet 4 fach – 2000, Mixtur 4 fach, Zimbel 3 fach, Solotrompete 8′.
Rückpositiv (C-g3): 56 toetsen Lieblich Gedeckt 8′ – 1902, Quintade 8′ – 1902, Nachthorn 4′, Prinzipal 2′, Quinte 1 1/3′, Rankett 16′, Krummhorn 8′.
Schwellwerk (C-g3): 56 toetsen Bourdon 16′ – 1902/1934, Suavial 8′, Metallgedeckt 8′ – 1902, Flûte Harmonique 8′ – 1902, Salicional 8′ – 1934, Gamba 8′ – 1934, Vox Celestis 8′ – 1934, Prinzipal 4′ – 1902, Flöte 4′, Fugara 4′ – 1935, Nasat 2 2/3′ – 1902, Hohlflöte 2′ – 1902, Terz 1 3/5′ – 1902, Oktävlein 1′ – 1902, Großmixtur 5 1/3′ – 1934, Fagott 16′ – 1934, Trompette Harmonique 8′ – 2000, Oboe 8′ – 1902, Schalmey 4′.
Pedal (C-f1): 30 toetsen Prinzipalbass 16′, Subbass 16′ – 1902, Zartgedeckt 16′ – 1902, Zartgedeckt 10 2/3′ – 2000, Oktavbass 8′, Rohrgedeckt 8′, Pommer 4′ – 1902, Bassflöte 2′ – 1902, Zink 3 fach, Rauschwerk 4 fach, Stillposaune 16′ – 1902, Trompetenbass 8′, Clarine 4′.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Rückpositiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk.