Oostvoorne, Nederland (Zuid-Holland) – Dorpskerk

Foto’s: Wim Verburg – 2002

Vanaf 1891 had de HK van Oostvoorne een orgel, zij het dat het waarschijnlijk een harmonium was. In 1897 werd een nieuw harmonium aangeschaft, dat dienst zou doen tot 1923. In dat jaar werd een Standaart-pijporgel aangeschaft, met de volgende dispositie:
Manuaal:                   Pedaal:
Prestant 8                  Subbas 16
Roerfluit 8
Gamba 8
Celeste 8
Aeoline 8
Octaaf 4
Concertfluit 4
Woudfluit 2
Blokfluit 1 B/D
Octaafkoppel
Tremulant

Doordat het Standaart-orgel alleen tegen zeer kosten nog te restaureren was, werd besloten tot de aanschaf van een ander orgel, ditmaal een orgel met bestaand pijpwerk.
Dit “nieuwe” orgel was in 1770 gemaakt voor de Doopsgezinde Kerk van Haarlem door de orgelmaker J.H.H. Bätz. (1709-1770), leerling van Chr. Müller. In 1771 werd dit orgel door zijn twee zonen Gideon Thomas (1751-1820) en Christoffel (1755-1800) afgemaakt en opgeleverd. Het oorspronkelijke orgel
had 1 klavier, 10 stemmen en aangehangen pedaal. In het jaar 1807 werd het orgel uitgebreid door J.C.F. Friedrichs uit Gouda. Hij vergrootte het orgel met een tweede klavier van 10 stemmen en het eerste zwelwerk in ons land. Bovendien voegde hij aan het eerste
manuaal van Bätz een Bourdon 16 toe. Daartoe moest de orgelkas worden uitgebreid. In 1826 werden de frontpijpen vernieuwd door In der Mauer en Gabry
en in 1832 werd de Open Fluit van Friedrichs vervan-gen door een Viola da Gamba van Gabry. In 1883
werd het orgel verkocht aan de Hervormde Gemeente
te Haarlem (de Janskerk)
In 1931 werd de Janskerk gesloten. Het Bätz-Friedrichs-orgel werd door de firma Spanjaard afgebroken en naar de gerestaureerde Bakenesserkerk te Haarlem gebracht. Daar werd de oude Bätz-kas, het front en de Bätzpijpen samengevoegd met het daar aanwezige Strobel-orgel en pneumatisch gemaakt. Inmiddels zijn echter alle Strobel registers verdwenen, op één na.
Het orgel zoals dat in Haarlem stond, was niet helemaal compleet. In de loop der tijden was er veel mee gebeurd:  verplaatst, uitgebreid en tenslotte vervallen. Enkele ontbrekende delen konden echter worden bijgemaakt of verworven uit restanten van andere oude Bätz-orgels. De oorspronkelijke orgelkas was er nog en ook veel van het oude pijpwerk.
In 2000 werd het orgel gerestaureerd door De Graaf, onder advies van H.v. Nieuwkoop.

Info: A. de Zoete, Oostvoorne en zijn Dorpskerk, 2000

De huidige dispositie:

Hoofdwerk: (C-f3)
Bourdon 16 (Friedrichs)
Prestant 8 (Gabry)
Bourdon 8 (nieuw)
Octaaf 4 (Bätz/nieuw)
Gemshoorn 4 (Bätz)
Roerfluit 4 (Bätz)
Quint 3 (Bätz/nieuw)
Superoctaaf 2 (Bätz/nieuw)
Mixtuur 3-6 st. (B/nieuw)
Cornet 4 st (deels oud)
Trompet 8 (nieuw)
Onderpositief: (C-f3)
Prestant 8 (Friedrichs)
C-H in Holpijp)
Holpijp 8 (Friedrichs)
Flûte travers 4 (F/nieuw)
Fluit 4 (C-H gedekt)
Nachthoorn 2 (Friedrichs)
Flageolet 1 (F/nieuw)
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16 (nieuw, eikenhout)
Prestant 8 (C-H nieuw, rest Friedrichs)
Fagot 16 (nieuw)

Tremulant
3 koppels