Orléans, Église Saint-Patern

Bron foto: Ville d’Orléans

Het orgel is in 1853 gebouwd door Aristide Cavaillé-Coll als koororgel voor de église Saint-Jacques-du-Haut-Pas in Parijs. In 1899 werd het door de firma Cavaillé-Coll overgeplaatst naar Orléans (Loiret (45)). In 1965 is het instrument door Robert Boisseau gerestaureerd. De firma Béthines Les Orgues restaureerde het mechanische sleepladen-orgel nogmaals in de jaren 1999-2001. De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend en de toonhoogte is a’ = 440 Hz.

Dispositie:

Grand Orgue: C – f3 Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Quinte 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Plein Jeu 5 rangs, Trompette 8′, Clairon 4′.
Récit: C – f3 Cor de Nuit 8′, Gambe 8′, Flûte 4′, Octave 2′, Cymbale 3 rangs, Cromorne 8′.
Pédale: C – f1 Soubasse 16′, Flûte 8′, Flûte 4′.
Couplers: Accouplement du Récit au Grand Orgue, Tirasse Grand Orgue, Tirasse Récit.