Paderborn, Hohen Domkirche Sankt Liborius, Chor-Orgel

Foto’s: Bram Luteyn © 2019

Na de Tweede Wereldoorlog werd de beschadigde Domkirche te Paderborn (Nordrhein-Westfalen) herbouwd. In 1948 is een tijdelijk orgel geplaatst. Dit werd in 1950 uitgebreid tot 25 stemmen en geplaatst op het hoogkoor. In 1952 herbouwde Anton Feith het instrument, zodat het nu 42 stemmen kreeg. In 1979 bouwde Siegfried Sauer een nieuw orgel op dezelfde plaats, maar bij de bouw werd veel pijpwerk overgenomen uit het vorige instrument, evenals de speeltafel van Feith uit 1952. In 2005 is het elektro-pneumatische kegelladen-orgel door Siegfried Sauer gereviseerd. Daarbij werd de dispositie gewijzigd. Het Positiv werd uitgebreid met een Trichterdulzian, afkomstig uit het hoofdorgel. Het Schwellwerk kreeg twee stemmen uit het Krypta-orgel, namelijk een Oboe en een Vox Humana. Tenslotte is een nieuw Hochdruckwerk met twee stemmen geplaatst als vierde klavier.

Dispositie:

Hauptwerk: C – g3 Rohrbordun 16′, Prinzipal 8′, Dulzflöte 8′, Gedackt 8′, Octave 4′, Koppelflöte 4′, Nasat 2 2/3′, Octave 2′, Mixtur 5-6 fach (1 1/3′), Trompete 8′, Zink 4′, Tremulant.
Positiv: C – g3 Geigenprinzipal 8′, Salizional 8′, Rohrquintade 8′, Singend Prinzipal 4′, Labialklarinette 4′, Nachthorn 2′, Viola Piccola 2′, Quinte 1 1/3′, Sesquialter 2 fach, Scharff 4 fach (1′), Rankett 16′, Krummhorn 8′, Trichterdulzian 8′ – 2005, Tremulant.
Schwellwerk: C – g3 Italienisch Prinzipal 8′, Hohlflöte 8′, Gemshorn 8′, Zartgeige 8′ – Celeste, Prästant 4′, Blockflöte 4′, Salizet 4′, Quintflöte 2 2/3′, Schwiegel 2′, Sifflöte 1′, Rauschpfeife 4 fach (2 2/3′), Terzzimbel 3 fach (2/5′), Dulzian 16′, Trompette Harmonique 8′, Oboe 8′ – 2005, Vox Humana 8′ – 2005, Schalmey 4′, Tremulant.
Hochdruckwerk: C – g3 Bassclarinette 16′ – 2005; 190 mm, Waldhorn 8′ – 2005; 400 mm.
Pedalwerk: C – f1 Prinzipal 16′, Subbass 16′, Gedacktbass 16′, Quintbass 10 2/3′, Octavbass 8′, Gemshorn 8′, Cello Pomposo 4′, Piffaro 2 fach (4′ + 2′), Hintersatz 4 fach (4′), Posaune