Périgueux, Église Saint-Etienne-de-la-Cité, Hoofdorgel

Foto’s voor de restauratie en kerkgebouw: Simon den Hartigh © 2012, Bron www.orgelsitesimon.nl
Foto’s na de restauratie en info: Harmen Dieleman © 2025

Geschiedenis van het orgel:
Het was voor de kathedraal van Saint-Front te Périgieux dat Marin Carouge tussen 1731 en 1733 een 8-voetsorgel bouwde in de Franse klassieke stijl.
Het instrument van Marin Carouge werd verschillende keren gerepareerd, totdat in 1870 de firma Merklin-Schütze werd gevraagd een nieuw orgel te bouwen. Het orgel van Marin Carouge werd vervolgens 15 jaar lang opgeslagen op de zolders van het bisschoppelijk paleis, totdat meneer Rebière, pastoor van de kerk van de Cité (St. Etienne), in 1885 voor een belachelijk bedrag het instrument van Marin Carouge kocht, waarvan het rugwerk intussen was verdwenen, en het liet restaureren en installeren in de kerk van de Cité.

Het was orgelbouwer Mutin die dit werk uitvoerde, door de grote kast te vergroten en een aparte speeltafel te installeren. Het instrument voldeed tot in de jaren 1960. Een inwendige renovatie van de kerk zonder bescherming van het orgel gaf de genadeslag aan het instrument van Mutin, en er werd besloten een restauratie-reconstructie uit te voeren. Een rugwerk werd vervolgens herbouwd, in een kast die Jean-Loup Boisseau had gekocht van een antiquair in Poitevin, en die oorspronkelijk de kast was van het koororgel van de kerk van Sainte-Radegonde in Poitiers.

Het instrument, dat in 1977 door Alain Thomas werd voltooid, was nauwelijks bevredigend, vanwege een onbetrouwbaar mechanisme, een kast die te rommelig was en aan de westelijke muur van de kerk kleefde, op geen enkele manier beschermd tegen veranderingen in temperatuur en luchtvochtigheid.

Onder invloed van Henri Aristizabal, organist van de Cité te Périgueux, werd vervolgens een reconstructie overwogen, om zoveel mogelijk (de oorspronkelijke compositie is onbekend) terug te keren naar de oorspronkelijke staat van het instrument van Marin Carouge. Het was orgelbouwer Barthélémy Formentelli die werd gekozen, en het instrument werd grotendeels herbouwd (met nog slechts één register van Marin Carouge: de Cromorne van het positief), met een rugwerkkast die getrouw de kast reproduceert die voor de galerij van Saint-Front was getekend. De oplevering vond plaats in 1993.

Het rugwerk dat de firma Boisseau had gebruikt, kreeg een functie als koororgel, waarbij de gebroeders Pesce van Pau een basis reconstrueerden en deze bij de ingang van het koor aan de rechterkant plaatsten. Het heeft zeven registers, een manuaal van 56 toetsen en een pedaal van 30 toetsen.

Formentelli is sindsdien de orgelmaker die het regelmatige onderhoud uitvoert.

Tijdens de restauratie van de kerk werd het orgel goed beschermd, maar toch had zich nog stof en vuil opgehoopt in het orgel en ook de windvoorziening was niet meer in orde door luchtlekkages.

Het orgel kreeg een restauratiebeurt van april tot begin november 2024. Deze, gefinancierd door het stadhuis van Périgueux, was ook een mooie gelegenheid om, 30 jaar na de verbouwing, het instrument aan te vullen met vijf registers die Barthélémy Formentelli en Henri Aristizabal hadden gewild.

Het was Michel Formentelli, zoon van Barthélémy, die met zijn medewerkers deze grote restauratie uitvoerde, en het waren de Bretonse orgelbouwers Gwennin L’Haridon en Pauline Freyburger die verantwoordelijk waren voor de uitvoering van het nieuwe pijpwerk, volgens de voorschriften van Dom Bedos, terwijl Michel Formentelli, geholpen door Marc Cinquin, de intonatie aan het einde van de zomer en het begin van de herfst deed.

Het uitgebreide en voltooide orgel werd op 9 november 2024 ingehuldigd door Emmanuel Arakélian.

De grootte van het pijpwerk staat niet overal bij de dispositie vermeld, maar de prestanten zijn doorgaans 4-voeters. De toonhoogte is 395Hz en de stemming is een gemodificeerd mesotonisch temperament, met 2 reine tertsen (C-E en F-A) en 4 quasi-zuivere tertsen: D-F#, G-B, A-C#, BB-D. Mooi detail: De laagste Cis-toets ontbreekt op alle klavieren, omdat deze toon vanwege de stemming zou wegvallen tijdens het spelen. Op het pedaal is deze wel aanwezig, maar werkt dus niet, omdat het pedaal aangehangen is aan het derde manuaal. Het sleepladen-orgel is geheel mechanisch.
Huidige Dispositie:
POSITIF (RUGWERK, MANUAAL I): Bourdon 8, Montre 4, Flûte 4 (nieuw geplaatst in 2024), Doublette, Fourniture III, Cymbale II, Nazard, Tierce, Larigot, Trompette (nieuw geplaatst in 2024), Cromorne.
GRAND-ORGUE (HOOFDWERK, MANUAAL II): Montre 8, Prestant, Doublette, Fourniture IV, Cymbale III, Bourdon 16, Bourdon 8, Grande Tierce, Nazard, Quarte de Nazard (nieuw geplaatst in 2024), Tierce, Grand Cornet V, Trompette, Clairon, Voix Humaine. 
RÉSONANCE (MANUAAL III + AANGEHANGEN PEDAAL): Flûte 8, Flûte à cheminée 4, Bombarde (nieuw geplaatst in 2024), Trompette, Clairon, Cornet V.
RÉCIT-ECHO (ECHO, MANUAAL IV): Flûte 8, Prestant, Doublette, Cornet II, Fourniture de trois rangs (nieuw geplaatst in 2024), Hautbois.
OVERIG REGISTER: Rossignol (Nachtegaal).
KOPPELINGEN: II + I, II + III
SPEELHULPEN: Tremulant voor gehele orgel.

Dispositie tot 2024:

GRAND-ORGUE: C-c3 49 TOETSEN: Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Grosse Tierce 3 1/5′, Nasard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Cornet 5 rangs, Cymbale 5 rangs, Fourniture 4 rangs, Trompette 8′, Clairon 4′.
POSITIF DE DOS: C-c3 (49 toetsen) Bourdon 8′, Montre 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Fourniture 3 rangs, Cymbale 2 rangs, Cromorne 8′.
RÉSONANCE: C-c3 (49 TOETSEN):  Flûte 8′, Flûte à Cheminée 4′, Cornet 5 rangs (from cis’), Trompette 8′ (gedeeld tussen c’ en cis’), Clairon 4′.
RÉCIT-ECHO: c-c3 (37 TOETSEN): Flûte 8′, Prestant 4′, Doublette 2′, Cornet 2 rangs, Hautbois 8′.
PÉDALE: C-e1 (29 TOETSEN): Aangehangen aan Résonance.
OVERIGE REGISTERS: Rossignol.
KOPPELINGEN: Accouplement du Positif au Grand Orgue, Accouplement du Résonance au Grand Orgue.
SPEELHULPEN: Tremblant Doux.