Praha, Kostel Matky Boží před Týnem (Staré Mesto) Hoofdorgel

Foto: Malte Blaß  © 2018

In de jaren 1671-1673 bouwde de Keulse orgelbouwer Hans Heinrich Mundt een nieuw orgel voor de Týnkerk in Praag. Het werd in Italiaanse stijl gebouwd. Na de bouw van een nieuw koor aan de westvleugel van de kerk van de heilige Maria in Týn, naar een ontwerp van de Italiaanse architect Domenico Orsi, kreeg Mundt de opdracht voor de bouw van een nieuw orgel. Het werk startte in oktober 1670 en op 28 april 1673 werd het instrument in gebruik genomen. Hoewel de kas erg in de smaak viel, werd het orgel zelf afgekeurd. Het was te zwak en voldeed niet aan de eis dat het een instrument moest worden dat in Praag geen gelijke zou vinden. Mundt voerde enkele wijzigingen uit, maar men was nog altijd niet helemaal tevreden. Toch bleef het orgel zoals het nu was, en zou zo de eeuwen trotseren. In 1823 heeft Antonin Gartner het orgel verplaatst. Ook stemde hij het een toon lager, waartoe het pijpwerk opgeschoven werd. In 1843 wijzigde Gartner de pedaal-mixtuur van IV sterk in III sterk. Plannen om een nieuw orgel te laten maken uit 1881 en 1903 hebben geen doorgang gevonden, zodat het instrument nog altijd in de kerk staat, als één van de oudste orgels in Praag en omgeving.

Dispositie:

Hlavní Stroj (Hauptwerk):
Bourdon Flauta 16′
Principal 8′
Copula Maior 8′
Salicional 8′
Quintatöne 8′
Octava 4′
Copula Minor 4′
Flauta Dulcis 4′
Quinta Maior 3′
Superoctava 2′
Quinta Minor 1 1/2′
Sedecima 1′
Mixtura 6 fach (1′)
Cembalo 3 fach (1/2′)

Zadní Pozitiv (Rückpositiv):
Copula Maior 8′
Principal 4′
Flauto Amabilis 4′
Octava 2′
Quinta 1 1/2′
Quintadecima 1′
Rauschquint 4 fach (4/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′)
Mixtura 3 fach (1′)

Pedál:
Subbass Offen 16′
Subbass Gedeckt 16′
Octavbass 8′
Quintbass 6′
Superoctavbass 4′
Mixtura 4 fach (2′)
Posaunenbass 8′

Koppelingen:
Manualkoppel – schuifkoppel
Pedal – Hauptwerk

Speelhulpen:
Zwei Glocken
2 Zimbelsterne
Kalkantenzug
Kornetton

Vulstem Samenstelling
Mixtura 6 fach (Hauptwerk) C: 1′ – 2/3′ – 1/2′ – 2/5′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 4/5′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′.
Cembalo 4 fach (Hauptwerk) C: 1/2′ – 1/3′ – 1/4′. c°: 1 1/3′ – 1/2′ – 1/3′. g°: 1 1/3′ – 1′ – 1/2′. g’: 2′ – 1 1/3′ – 1′. f”: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. gis”: 4′ – 2 2/3′ – 2′.
Mixtura 3 fach (Rückpositiv) C: 2/3′ – 1/2′ – 1/6′. c°: 1 1/3′ – 1′ – 1/3′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 2/3′. c”: 5 1/3′ – 4′ – 1 1/3′.
Rauschquint 2 fach (Rückpositiv) C: 1/3′ – 1/4′. c°: 2/3′ – 1/3′. g°: 2/3′ – 1/2′. c’: 1 1/3′ – 1/2′. g’: 1 1/3′ – 1′. c”: 2′ – 1′.
Mixtura 4 fach (Pedal) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. Oorspronkelijk was dit: 2 2/3′ – 2′ – 1′ – 1/3′.