Putten, Oude Kerk

Foto’s: Wim Verburg © 2004

De dispositie van het Witte-orgel: (1860)

Hoofdwerk: (C-f3)
Bourdon 16
Prestt 8
Roerflt 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 3-4 st.
Cornet 5 st.
Trompet 8 B/D
Bovenklavier: (C-f3)
Holflt 8
Viola 8
Salicet 4
Roerflt 4
Nasard 3
Gemshn 2
Pedaal: (C-f1)
Subbas 16
Gedekt 8
Octaaf 4
Fagot 16
 

Koppelingen: Manuaalkoppel, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk.
Speelhulpen: Ventiel.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur III-IV sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. fìs°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. fis’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. fis”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′.
Cornet V sterk discant (Hoofdwerk) c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.