Regensburg, Katholische Pfarrkirche Sankt Wolfgang

Foto: Orgelputzer, License: CC-BY-SA 4.0 (Wikipedia)

  • In 1940 werd er besloten om voor de Sankt Wolfgangkirche in Regensburg (Bayern) Duitsland, een nieuw orgel te laten bouwen door de firma Willibald Siemann & Co. Het plan was een kegelladen-orgel te bouwen met drie manualen en pedaal, 45 registers (waaronder drie transmissies), een verplaatsbare speeltafel, een front met vrijstaand pijpwerk en elektrische tracturen. Het instrument werd niet voltooid, maar in oktober 1944 wel in gebruik genomen. Op 28 december 1944 liep de kerk schade op door een bominslag.
  • Na de oorlog is de kerk gerestaureerd. Michael Weise herbouwde en wijzigde het orgel in de jaren 1946-1948. Het front en de dispositie werden veranderd. In 1961 plaatste Friedrich Meier een Fernorgel boven het orgel, dat vanaf het eerste manuaal bespeelbaar werd gemaakt. Johann Rickert heeft in 1985 aan het orgel gewerkt. Daarbij werden de windladen gewijzigd. Rickert plaatste een nieuwe speeltafel met 4 manualen, zodat het Fernwerk vanaf een eigen klavier bespeeld kon worden. Bij de ombouw is ook een moderne Setzer-installatie geplaatst. Het orgel is opnieuw geïntoneerd.
  • In 2004 is het orgel schoongemaakt door de firma Schädler in verband met een renovatie van het kerkgebouw. In 2018 is een grote restauratie uitgevoerd door de firma Orgelbau Mühleisen. Bij deze restauratie is de windvoorziening nieuw aangelegd, al het pijpwerk is gerestaureerd en opnieuw geïntoneerd en de dispositie van 1944 is gereconstrueerd. Enkele uitbreidingen van Weise uit 1948 zijn ook bewaard gebleven. De Cymbal van Weise werd gewijzigd in een Sifflöte 1 1/3′. Het Fernwerk werd in een nieuwe zwelkast geplaatst, en ingericht om ook te kunnen worden gebruikt als koororgel. Er is een nieuwe verplaatsbare speeltafel geplaatst beneden in de kerk. Adviseur bij de werkzaamheden was Gerhard Siegl. Op 16 december 2018, zondag Gaudete, is het orgel weer in gebruik genomen. Tijdens de kerkdienst werd de Messe Solennelle van Louis Vierne uitgevoerd, met Franz Josef Stoiber achter de klavieren. In de middag heeft Wolfgang Seifen het inauguratieconcert gegeven.

Dispositie:

Hauptwerk (C-a3): 58 toetsen Bourdon 16′, Weitprincipal 8′, Hohlflöte 8′, Gemshorn 8′, Dulciana 8′, Octav 4′, Nachthorn 4′, Offenquinte 2 2/3′, Superoctav 2′, Cornet 3-5 fach, Mixtur 5 fach, Trompete 8′, Clairon 4′.
Positiv (C-a3): 58 toetsen Viola di Gamba 8′, Singend Gedackt 8′, Rohrflöte 8′ – 1940/2018, Geigenprincipal 4′, Querflöte 4′, Octavin 2′, Sesquialtera 2 fach – 1944/2018, Scharff 3 fach, Krummhorn 8′.
Schwellwerk (C-a3): 58 toetsen Quintadena 16′, Hornprincipal 8′, Fernflöte 8′ – 1940/2018, Salicional 8′, Unda Maris 8′, Italiänisch Principal 4′, Blockflöte 4′, Nasat 2 2/3′ – 1940/2018, Feldflöte 2′ – 1940/2018, Terz 1 3/5′ – 1940/2018, Sifflöte 1 1/3′ – 2018, Kleinoctav 1′ – 1940/2018, Echomixtur 4 fach – 1940/2018, Rankett 16′, Deutsche Oboe 8′, Tremulant.
Chor Orgel (C-a3): 58 toetsen
Manual: Principal 8′, Gambe 8′ – 2018, Rohrgedaclt 8′, Octav 4′, Kleingedeckt 4′, Quinte 2 2/3′ – 2018, Gemshorn 2′.
Pedal: 30 toetsen Untersatz 32′ – 2018; akoestisch, Gedacktbass 16′, Principal 8′ – transmissie, Gambe 8′ – transmissie, Rohrgedackt 8′ – transmissie, Choralbass 4′.
Pedal (C-f1): 30 toetsen Contrabass 32′, Principalbass 16′ – extension, Subbass 16′, Bourdonbass 16′ – Windabschwächung, Octavbass 8′, Gedacktbass 8′, Jubalflöte 4′, Rauschpfeife 4 fach, Posaune 16′, Trompete 8′ – extension, Clairon 4′ – extension.
Koppelingen: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Positiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positiv, Pedal – Schwellwerk.
Speelhulpen: Crescendo-Walze, Tutti 2′, Setzer-Kombinationen, MIDI.