Foto: © Ralph Hammann – Wikimedia Commons, CC-BY-SA 4.0
Van het Ferdinand Stieffell-orgel uit 1777 in de kerk van Reichshoffen is niet veel meer overgebleven dan enkel de orgelkassen. Het werk werd in 1897 omgebouwd door E.-A. Roethinger naar pneumatische tractuur met een vrijstaande speeltafel. Verder werd de dispositie ingrijpend veranderd en het rugpositief werd leeggehaald. In 1917 zijn de frontpijpen gevorderd en omgesmolten voor oorlogsdoeleinden. Roethinger heeft deze in 1928 vervangen door nieuwe exemplaren, waarbij ook de tractuur elektrisch is gemaakt. In 1962 heeft Roethinger een restauratie uitgevoerd. De windladen van de manualen zijn sleepladen. Het pedaal heeft een kegellade.
Dispositie:
Grand Orgue (C-g3): 56 toetsen Bourdon 16′, Montre 8′, Flûte à Cheminée 8′, Gemshorn 8′, Prestant 4′, Flûte à Cheminée 4′, Nasard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Fourniture 4 rangs, Cymbale 3 rangs, Cromorne 8′.
Récit (C-g3): 56 toetsen Principal 8′, Flûte Conique 8′, Salicional 8′, Voix Céleste 8′, Principal 4′, Flûte 4′, Doublette 2′, Cornet 5 rangs, Fourniture 3 rangs, Cymbale 2 rangs, Trompette 8′, Clairon 4′.
Pédale (C-f1): 30 toetsen Soubasse 16′, Bourdon 8′ – extension, Principal 8′, Prestant 4′ – extension, Doublette 2′ – extension, Mixture 4 rangs, Bombarde 16′, Trompette 8′ – extension, Clairon 4′ – extension.
Koppelingen: Accouplement du Récit au Grand Orgue, Tirasse Grand Orgue, Tirasse Récit.
