Foto: GO69, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
In 1873-1874 bouwde Aristide Cavaillé-Coll een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 12 stemmen, 2 manualen en een aangehangen pedaal voor de kapel van het klooster van de Carmelieten in Rennes (Ille-et-Vilaine (35)) Frankrijk. Het instrument werd op 28 februari 1874 opgeleverd. In 1950 is het door Othon Wolf gerestaureerd. Daarbij heeft hij het uitgebreid met een vrij pedaal met 1 stem. In 2011 is het orgel door Jean-François Thibaud overgeplaatst naar de kerk van Notre-Dame en Saint-Melanie, waar het als koororgel in gebruik is genomen.
Dispositie:
Grand Orgue (C-g3): 56 toetsen Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Flûte Harmonique 8′, Prestant 4′.
Récit Expressif (C-g3): 56 toetsen Bourdon 8′, Viole de Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Flûte Octaviante 4′, Plein-Jeu 3 rangs, Basson-Hautbois 8′, Trompette 8′.
Pédale (C-f1): 30 toetsen Bourdon 16′.
Koppelingen: Accouplement du Récit au Grand Orgue, Tirasse Grand Orgue, Tirasse Récit.
