Ridderkerk, huisorgel Martin Butter

Foto’s en tekst: Martin Butter © 2006/2007

Omschrijving Huisorgel.

Voor het ontwerp van het positief heeft Martin Butter zich laten inspireren door de laat-17e eeuw. Het front is gebaseerd op een aantal zuidelijke rugwerk kassen zoals het rugwerk van het orgel in Kuik, en het rugwerk van het orgel in de Waalse Kerk te Amsterdam.

De kas is van fijnjarig Slavonisch eiken gemaakt. De afmetingen en verhoudingen zijn ook op de barokke regels gebaseerd.
Zoals enkele van de geometrische reeksen gulden snede en wortel 2.

De afmetingen van de kas ziin:
Hoogte: 2450 mm
Breedt : 1145 mm
Diepte: 525 mm

De balg is als spaanbalg uitgevoerd en ligt in de onderkast. De windmotor is onder de balg geplaatst.
Het orgel heeft een gecombineerde lade met aan de voor en achterzijde een kleppenkast.
De lade is uitgevoerd met een piramide opstelling hierbij staan de
grootse pijpen op de lade in het midden.

De dispositie:

Onderklavier:
Holfluyt 8’ geheel van eiken De grootste 7 pijpen zijn afgevoerd naar
de onderkas.
Fluyt 4’ baskant eiken met doorboorde stoppen diskant flespijpen van orgelmetaal met
een hoog loodgehalte.
Nasard 3’ baskant van eiken met doorboorde stoppen .
diskant van orgelmetaal met een hoog loodgehalte
Cromhorn 8’ bekers van peren en messing kelen.

Bovenklavier:
Principael 8’ vanaf f klein. Eiken met peren voorzijde en voorslagen.
Roerfluyt 8’ groot octaaf gecombineerd met de Holfluyt 8’ eiken met doorboorde stoppen.
Praestant 4’ C-A van eiken. B-h1 in het front en de rest op de lade.
Octaeff 2’ groot octaaf van eiken en de rest van orgelmetaal met een hoog loodgehalte.

Tremulant op het hele werk.

De klavieromvang: C,D-c3
De ondertoetsen zijn belegd met Buxus
De boventoetsen zijn van ebben

Pedaalomvang : C,D-d1
Pedaalkoppel naar I of II

Stemming: middentoon