Ronse, Sint Hermeskerk (Basiliek), Hoofdorgel

Foto’s: Bram Luteyn © 2019

In de streek van de Vlaamse Ardennen zijn weinig instrumenten te vinden van de symfonische-orkestrale romantische stijl.  Vaak bleven de romantische instrumenten in de streek eerder in een classicistisch romantisch concept, dat verder voortborduurde op de tradities.  Het is pas vanaf het einde van de 19de eeuw dat we in deze streken instrumenten kunnen karakteriseren als hoog-romantisch of orkestraal-romantisch.  Ze kenmerken zich o.m. door technische innovaties als het pneumatisch stelsel, alsmede brede, strijkende grondstemmen, complete strijkerskoren, inclusief de Voix céleste, ronde tongwerken, pijpwerk met expressions, zwelkasten en soms combinatietreden.

De vlag van de Belgische hoogromantiek werd gedragen door Pierre Schyven, waarvan er drie instrumenten in deze streek te vinden zijn, namelijk dit in Ronse, in Huise (Zingem) en het instrument in de kerk van Pamele(Oudenaarde).

Dit Schyven-orgel is een mooi voorbeeld van de 19de eeuwse Brusselse school in de romantiek.  Schyven ontwikkelde een eigen stijl gebaseerd op een Frans-symfonisch concept met Duitse invloeden.

Bijzonder is bijvoorbeeld de tongwerkencombinatie in het zwelwerk: Trompette, Basson-Hautbois, Voix humaine en de drie rangen (pijpen per toets) van de Fourniture en het klankblok van 16 voet en 8 voet registers in het hoofdwerk.

1912: Joris (Ronse) splitste de orgelkast voor de zichtbaarheid van een nieuw glas in loodraam dat in het maaswerk van het raam wordt geplaatst
1933: Stevens (Duffel), ombouw met o.a. nieuwe speeltafel en nieuwe pneumatische tractuur

Regulier onderhoud (met eigen middelen) door de plaatselijke organist Dominique Wybraeke (vervangen van membranen, stemming tongwerken, etc.)
Zo zijn in 2016 tal van grote werkzaamheden uitgevoerd, waaronder het uitnemen en herstellen van het pijpwerk, een grote schoonmaak van het orgel, het schilderen van de frontpijpen, …

Doksaal en classicistische orgelkast dateren uit 1823 van de Ronsenaar W. Hambloch (ouder dan het Schyvenorgel)

Gedeelde orgelkast (niet origineel) met rechts de pedaalpijpen, links het hoofdwerk en het zwelwerk verdeeld achter de linker- en rechterkast.
De orgelkast was oorspronkelijk nog voorzien van een middenfront voor het zwelwerk.  Dit werd bij de verbouwing in 1912 verwijderd, zodat het (nieuwe) glas-in-loodraam goed zichtbaar zou zijn.

vrijstaande speeltafel uit 1933 van Jos. Stevens (Duffel),
centraal op het doksaal (tussen de twee orgelkasten)

Vroegere dispositie:

Pedaal: C – g3 
Contrebasse 16′
Sousbasse 16′
Octave-basse 8′
Basse 8′
Flûte 4′
Bombarde 16′
Trompette 8′

Onderklavier: C – g3
Montre 16′
Bourdon 16′
Montre 8′
Flûte Harm. 8′
Viola di Gamba 8′
Bourdon 8′
Prestant 4′
Fourniture 3r.
Trompette 8′
Clairon 4′

Bovenklavier: C – g3
Flûte Harm. 8′
Bourdon 8′
Salicional 8′
Voix céleste 8′
Flûte oct. 4′
Doublette 2′
Fourniture
Trompette Harm. 8′
Basson-hautbois 8′
Voix humaine 8′

Bron:
Dominique Wybraeke, Het Pierre Schyvenorgel van de Sint-Hermeskerk te Ronse: 1896-2006,