Rotterdam-Alexanderpolder, Sionkerk

Foto’s: Bram Luteyn © 2020

De ingestelde orgelcommissie, met als adviseur Dirk Jansz. Zwart, heeft aan de Amsterdamse orgelbouwer Fonteijn en Gaal de opdracht gegeven om een tweeklaviers, mechanisch orgel te bouwen. Op 6 april 1972 is in een bijeenkomst onder leiding van ds. A. Vergunst het kerkorgel in gebruik genomen. Het mechanische sleepladen-orgel had bij ingebruikname nog geen zelfstandig pedaal. Uiteindelijk kon door een gekregen legaat van één van de gemeenteleden het pedaal van het orgel van sprekende stemmen worden voorzien. De orgelbouwer B.A.G. uit Enschede  heeft dit werk uitgevoerd. Op 15 december 1989 is in een bijeenkomst onder leiding van ds. P. Melis het voltooide orgel in gebruik genomen. Orgelbouwer Ide Boogaard uit Rijssen heeft na verloop van tijd het onderhoud van het orgel overgenomen. Op het Hoofdwerk is een nieuwe Trompet 8` geplaatst. De Mixtuur van het Hoofdwerk is teruggebracht naar 3` sterk. Ook werd de winddruk in het orgel verhoogd. Hierdoor is de klank van het orgel verbeterd

Dispositie:

Hoofdwerk: C – g3 
Bourdon 16` gedeeld in bas– en discant
Prestant 8`
Viola 8`
Holpijp 8`
Speelfluit 4`
Octaaf 4`
Superoctaaf 2`
Mixtuur 3 sterk (was oorspronkelijk 4 sterk)
Trompet 8` gedeeld in bas– en discant.

Het rugwerk: C – g3
Prestant 8` vanaf kleine c.
Prestant  4`
Roerfluit 8`en 4`
Nasard 3`
Woudfluit 2`
Sesquialter 2` sterk

Pedaalstemmen: C – f1
Bazuin 16`
Trompet 8`
Subbas 16`
Octaaf 8`

Speelhulpen en koppels:
hoofdwerk/rugwerk,
rugwerk/pedaal,
hoofdwerk/pedaal.
Tremulant hoofdwerk en rugwerk